Omega Energietechniek, voorop in veiligheid!

De brandpropagatietest: hoe één falende cel een hele container spaart
Stel je voor: een batterijcel in een energieopslagsysteem gaat in thermal runaway. Temperaturen van 600 tot 1000 graden, giftige gassen, vlammen. De vraag is niet óf dit kan gebeuren, maar wat er daarna gebeurt. Breidt de brand zich uit naar de buurcellen? Naar de hele module? Naar de complete container?
Het antwoord op die vraag bepaalt of je te maken hebt met een incident of met een ramp.
Precies daarom vereist de PGS 37-1 de brandpropagatietest in heel veel maatrelgen. Een test die aantoont dat een thermal runaway in één cel niet escaleert naar de rest van het systeem. En precies daarom is deze test een van de belangrijkste inspectiepunten voor EOS-inspecteurs.
Wat is een brandpropagatietest?
Een brandpropagatietest is een gecontroleerde proef waarbij opzettelijk een thermal runaway wordt veroorzaakt in één batterijcel of -module. Vervolgens wordt gemeten of deze reactie zich verspreidt naar aangrenzende cellen of modules.
De test wordt uitgevoerd volgens internationale normen: IEC 62933-5-2 of UL9540A. Beide normen beschrijven exact hoe de test moet worden opgezet, welke metingen nodig zijn en wanneer het systeem slaagt of faalt.
Belangrijk: de PGS 37-1 vereist een test op systeemniveau. Dat betekent niet op losse cellen of modules, maar op het complete energieopslagsysteem zoals het wordt geïnstalleerd. Een testrapport op celniveau is niet voldoende.

Waarom is deze test zo belangrijk?
De brandpropagatietest is de lakmoesproef voor de inherente veiligheid van een EOS. Een systeem dat deze test doorstaat, heeft aangetoond dat het zichzelf kan begrenzen. Een thermal runaway blijft beperkt tot de getroffen cel of module en escaleert niet naar een onbeheersbare brand.
Voor de praktijk betekent dit:
- Minder afhankelijkheid van externe blusmiddelen. Het systeem beschermt zichzelf.
- Kleinere gevolgen bij een incident. Schade blijft beperkt, downtime is korter.
- Betere verzekerbaarheid. Verzekeraars kijken steeds kritischer naar EOS-risico’s. Een geslaagde brandpropagatietestis een sterk argument.
- Eenvoudigere vergunningverlening. Omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s hebben meer vertrouwen in systemen met aantoonbare brandbeheersing.
Wat als de brandpropagatietest niet is uitgevoerd?
Hier wordt het interessant voor installateurs en inspecteurs. De PGS 37-1 biedt een alternatief voor systemen zonder propagatietest, maar dat alternatief is niet vrijblijvend.
Als de brandpropagatietestontbreekt, moet het EOS beschikken over aanvullende maatregelen:
- Een bluswateraansluiting met een capaciteit van minimaal 1200 liter per minuut, aangesloten volgens de eisen van de veiligheidsregio.
- Bij inpandige systemen (typical 5 en 6): een brandbeheerssysteem met een goedgekeurd Uitgangspuntendocument (UPD).
De inspecteur moet dus niet alleen controleren of de brandpropagatietest is uitgevoerd, maar ook of de juiste alternatieve maatregelen aanwezig zijn wanneer de test ontbreekt. Dit vereist kennis van beide routes.
Wat controleert de inspecteur precies?
Bij een EOS-inspectie controleert de inspecteur o.a. op inspectiepunt 55:
- Is er testdocumentatie aanwezig waaruit blijkt dat de brandpropagatietest is uitgevoerd?
- Is de test uitgevoerd door een erkende testinstantie?
- Is de test uitgevoerd op systeemniveau, niet alleen op cel- of moduleniveau?
- Verklaart de testende organisatie dat het systeem voldoet aan IEC 62933-5-2 of UL9540A?
Als het antwoord op een van deze vragen “nee” is, moet de inspecteur doorschakelen naar de alternatieve maatregelen en controleren of die op orde zijn.
Let op: ook als een brandpropagatietest aanwezig is, geldt dat het gehele EOS getest moet zijn. Bij systemen die zijn samengesteld uit componenten van verschillende leveranciers, is een test op de losse onderdelen niet voldoende. Het systeem als geheel moet zijn getest.
De rol van de verzekeraar
Verzekeraars stellen steeds vaker aanvullende eisen aan energieopslagsystemen. Die eisen kunnen strenger zijn dan de PGS 37-1. Bij de inspectie is het daarom verplicht om de verzekeringsdocumentatie te raadplegen en eventuele aanvullende eisen mee te nemen in de beoordeling.
In de praktijk zien we dat verzekeraars regelmatig eisen:
- Strengere afstandseisen tussen EOS-units.
- Aanvullende detectie- en blussystemen.
- Specifieke eisen aan de brandpropagatietestof het testinstituut.
De inspecteur moet deze eisen kennen en kunnen beoordelen of het systeem eraan voldoet. Dit vraagt om gedegen voorbereiding en kennis van de actuele praktijk.
Waarom dit ertoe doet
Energieopslagsystemen zijn geen gewone elektrische installaties. Ze combineren hoge energiedichtheid, chemische processen en complexe regelsystemen. De risico’s zijn reëel: brand, explosie, giftige gassen.
De brandpropagatietest is geen formaliteit. Het is het bewijs dat een systeem zich kan begrenzen. Dat één falende cel niet leidt tot een kettingreactie. Dat de gevolgen beheersbaar blijven.
Als inspecteur van energieopslagsystemen moet je deze test kunnen beoordelen. Je moet weten wat de norm voorschrijft, welke documentatie vereist is en wat de alternatieven zijn als de test ontbreekt. Dit is geen bijzaak. Dit is de kern van je werk.
Klaar om EOS-inspecteur te worden?
De cursus “Inspecteren van energieopslagsystemen” bij Omega Energietechniek bereidt je voor op de eisen van TD13 en de PGS 37-1. Je leert niet alleen wat je moet controleren, maar ook waarom. Van propagatietesten tot gasdetectie, van brandwerendheid tot documentatiebeoordeling.
Geen droge theorie, maar praktische kennis van ervaren vakdocenten. Zodat je straks met vertrouwen voor een EOS-container staat en precies weet wat je moet doen.
Schrijf je in voor de cursus Inspecteren van energieopslagsystemen.


