Waarom je de PGS 37-1 moet volgen — ook als het (nog) geen wet is

“De PGS is toch geen wet?” Het is een opmerking die we regelmatig horen bij projecten met batterijopslag. En technisch gezien klopt het: de PGS 37-1 is geen wetgeving. Maar wie denkt dat je de richtlijn daarom naast je neer kunt leggen, komt bedrogen uit. In deze blog leggen we uit waarom de PGS 37-1 in de praktijk net zo dwingend is als een wet — en waarom het slim is om de typicals te omarmen in plaats van te omzeilen.

De PGS is geen wet, maar wel het speelveld

De Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) is formeel een verzameling richtlijnen, opgesteld door overheid, bedrijfsleven en wetenschap samen. De PGS 37-1, specifiek gericht op lithium-ion energieopslagsystemen (EOS — EnergieOpslagSystemen), heeft geen directe wettelijke status zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of de Omgevingswet die wel hebben. Toch is de praktische werking ervan vergelijkbaar.

Dat zit zo: de Omgevingswet verplicht bedrijven om zorgvuldig met risico’s om te gaan en vereist voor veel EOS-installaties een omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag — meestal de gemeente — moet die aanvraag beoordelen. En daar komt de PGS om de hoek kijken. De PGS-richtlijnen zijn door het bevoegd gezag erkend als de “stand der techniek” voor de betreffende onderwerpen. Gemeenten en omgevingsdiensten gebruiken de PGS 37-1 als toetsingskader om te bepalen of een batterijopslaginstallatie veilig genoeg is. De Veiligheidsregio (brandweer) baseert haar advies erop. En als jouw ontwerp afwijkt van de PGS, moet jij aantonen dat het minstens even veilig is — een zware bewijslast die je liever vermijdt.

Kortom: de PGS is geen wet, maar het is wél het speelveld waarop je vergunning wordt beoordeeld.

VOP en VP

Wat de wet wél regelt — en wat niet

De Omgevingswet en het Bbl stellen algemene eisen aan veiligheid, brandpreventie en het voorkomen van milieuschade. Maar ze beschrijven niet in detail hoe je een energieopslagsysteem veilig moet opstellen. Welke afstand moet je aanhouden tot de buren? Welke branddetectie is nodig? Hoe moet de ventilatie zijn ingericht? Die concrete invulling ontbreekt in de wet. De PGS 37-1 vult dat gat. De typicals in de richtlijn vertalen de algemene wettelijke zorgplicht naar concrete, toepasbare eisen per situatie. Ze geven antwoord op de vragen waar de wet zwijgt.

Zonder PGS 37-1 sta je met een omgevingsvergunningaanvraag voor een EOS-installatie in feite met lege handen: je hebt geen erkend kader om aan te tonen dat je ontwerp voldoet aan de zorgplicht. Mét de PGS 37-1 heb je een helder recept.

Typicals: niet beperkend maar beschermend

De typicals worden soms ervaren als beperkend: weer extra afstandseisen, weer een dikkere brandwerende wand, weer een duurder ventilatiesysteem. Maar draai het perspectief eens om. De typicals beschermen je op drie manieren:

Vergunbaarheid. Een ontwerp dat past binnen een PGS 37-1 typical is voor het bevoegd gezag herkenbaar en toetsbaar. Dat versnelt het vergunningsproces en verkleint het risico op afwijzing of eindeloze aanvullende vragen.

Aansprakelijkheid. Als er onverhoopt iets misgaat met een energieopslagsysteem en je hebt de PGS 37-1 gevolgd, sta je juridisch veel sterker dan wanneer je een eigen koers hebt gevaren. De richtlijn geldt als de erkende stand der techniek — afwijken zonder goede onderbouwing is een aansprakelijkheidsrisico.

Verzekerbaarheid. Verzekeraars kijken steeds kritischer naar EOS-installaties. Een ontwerp conform de PGS 37-1 typicals is voor een verzekeraar een stuk aantrekkelijker dan een installatie die op eigen inzicht is neergezet.

De valkuil van “we voldoen aan de wet”

Een veelgemaakte denkfout is: “We voldoen aan het Bbl en de Omgevingswet, dus we zitten goed.” Dat is een beetje alsof je zegt dat je auto veilig is omdat hij een kenteken heeft. Het Bbl stelt inderdaad eisen aan brandcompartimentering, vluchtwegen en constructieve veiligheid — maar het is niet geschreven met lithium-ion batterijopslag in gedachten. De specifieke risico’s van EOS-systemen, zoals thermal runaway, het vrijkomen van giftige gassen (waterstoffluoride) en het feit dat lithium-ion branden extreem moeilijk te blussen zijn, worden in het Bbl niet geadresseerd. De PGS 37-1 is juist geschreven vanuit deze specifieke risicokennis.

Wie alleen de wet volgt en de PGS negeert, loopt het risico dat het bevoegd gezag de vergunning weigert of dat de Veiligheidsregio een negatief advies geeft. En in het ergste geval loop je het risico op een incident dat met de juiste maatregelen voorkomen had kunnen worden.

Praktisch: zo gebruik je de typicals

Het goede nieuws is dat de PGS 37-1 typicals juist bedoeld zijn om het je makkelijker te maken. In plaats van een volledige risicoanalyse op maat bieden ze kant-en-klare pakketten van maatregelen per opslagsituatie. De aanpak is eenvoudig: bepaal de energieinhoud en opstellingswijze van je systeem, selecteer de bijbehorende typical, neem de voorgeschreven maatregelen over in je ontwerp, en dien je vergunningaanvraag in met de PGS 37-1 als toetsingskader.

Wijkt je situatie af van de standaard typicals? Dan kun je alsnog een maatwerk-risicoanalyse uitvoeren — maar dan moet je wel goed onderbouwen dat jouw alternatieve maatregelen hetzelfde beschermingsniveau bieden. In de praktijk is het bijna altijd eenvoudiger (en goedkoper) om binnen een typical te blijven.

Tot slot

De PGS 37-1 is geen wet. Maar het is de sleutel tot een soepele vergunningverlening, een stevige juridische positie en een verzekerbare installatie. De typicals zijn geen last maar een leidraad — ze vertalen de algemene wettelijke zorgplicht naar concrete maatregelen die passen bij de specifieke risico’s van energieopslag. Wie de PGS 37-1 serieus neemt, bouwt niet alleen aan een veilig project, maar ook aan vertrouwen bij het bevoegd gezag, de brandweer en de verzekeraar.

En dat is uiteindelijk meer waard dan de vraag of het nu wel of niet een wet is.

Meer leren over EOS? Volg onze EOS Inspecteren opleiding. Handig voor iedereen die met EOS te maken heeft.

Iris Quak
Iris Quak