Een verborgen omissie in NEN 1010:2020 + C1:2024: Waarom de maximale uitschakeltijd bij lichtmasten 0,2 of 0,4 seconde moet zijn en niet 1 of zelfs 5

Een onverwachte wijziging met mogelijk grote gevolgen voor de openbare veiligheid

Wist je dat een subtiele wijziging in NEN 1010:2020 + C1:2024 mogelijk verstrekkende gevolgen heeft voor de veiligheid van openbare verlichting? Een bepaling die eerder als aanbeveling werd beschouwd, is nu een verplichting geworden. Wat betekent dit voor de praktijk en, belangrijker nog, voor de elektrische veiligheid? Laten we deze verandering in detail bekijken.

De wijziging in NEN 1010

In de vorige editie van de norm (2015) stond in bepaling 714.411.1 de volgende (Nederlandse) opmerking:

“Voeg toe:

n OPMERKING Het deel van de elektrische installatie voor de distributie van elektrische energie naar verlichtingsmaterieel met een eigen schakel- en verdeelinrichting kan worden beschouwd als distributiegroep waarop de afschakeltijden volgens 411.3.2.3 of 411.3.2.4 van toepassing zijn.”

In de nieuwste editie, NEN 1010:2020 + C1:2024, is deze Nederlandse tekst veranderd naar:

“[nlb>Voeg toe: Het deel van de elektrische installatie voor de distributie van elektrische energie naar verlichtingsmaterieel met een eigen schakel- en verdeelinrichting moet worden beschouwd als distributiegroep waarop de afschakeltijden volgens 411.3.2.3 of 411.3.2.4 van toepassing zijn.<nlb]”

Wat direct opvalt:

  • De tekst is geen opmerking meer, maar integraal onderdeel geworden van bepaling 411.1 uit hoofdstuk 41.
  • Het woord ‘kan’ is vervangen door ‘moet’, wat betekent dat het nu een ‘harde eis’ is in plaats van een adviserende opmerking.

Maar is deze wijziging wel veilig?

De kernboodschap: waarom deze wijziging gevaarlijk kan zijn

De maximale uitschakeltijden in 411.3.2.3 (5 seconden in TN-stelsels) en 411.3.2.4 (1 seconde in TT-stelsels) zijn alleen veilig bij toepassing van beschermende vereffening. Waarom? Omdat bij toepassing van beschermende vereffening de aanraakspanning laag genoeg blijft om langere afschakeltijden toe te laten. Bij lichtmasten is beschermende vereffening praktisch niet mogelijk, omdat ze in de volle grond staan in plaats van op een goed geleidende ondergrond zoals een betonnen vloer. Een betonnen vloer kan tijdelijk ongeveer hetzelfde potentiaal aannemen als een toestel met een aardfout door beschermende vereffening toe te passen, waardoor de spanning tussen het toestel en de vloer beperkt blijft. Bij een lichtmast in de volle grond is dit niet het geval: het aardpotentiaal van de grond is praktisch niet te vereffenen met het potentiaal van een lichtmast die een aardfout heeft.

Het toepassen van de langere uitschakeltijden (meer dan 0,4 seconde in TN-stelsels of 0,2 seconde in TT-stelsels) is in dit geval levensgevaarlijk bij een aardfout in een lichtmast. Dit verhoogt het risico op elektrische schokken.

Lichtmasten zijn geen distributiegroep, maar een eindgroep

De cruciale fout in bepaling 714.411 is dat de formulering de indruk kan wekken dat de voeding van een lichtmast met een mastzekering als een distributiegroep moet worden beschouwd. Echter, volgens bepaling 2.14.02 is een distributiegroep:

“Een elektrische stroomketen die een of meer schakel- en verdeelinrichtingen voedt.”

Een lichtmast is geen schakel- en verdeelinrichting, ook niet als er een zekeringsstrook met een mastzekering in zit. Een schakel- en verdeelinrichting moet voldoen aan NEN-EN-IEC 61439, en die conformiteit en conformiteitsverklaring is er niet bij lichtmasten.

Volgens bepaling 2.14.03 is een eindgroep:

“Een elektrische stroomketen bestemd om rechtstreeks elektrische stroom te leveren aan elektrische toestellen of contactdozen.”

Aangezien een lichtmast als product of als samenstelling er van het doel heeft om elektrische energie om te zetten in licht, valt deze per definitie binnen de bepaling van een eindgroep.

Wat betekent dit voor de praktijk?

  • Behandel lichtmasten als een eindgroep en gebruik de kortere maximale uitschakeltijden volgens bepaling 411.3.2.2.
  • Bij de berekening van maximale circuitimpedanties kom je op lagere waarden dan wanneer langere uitschakeltijden worden toegepast.
  • Niet omdat het expliciet in de NEN 1010 staat, maar omdat het de enige veilige manier is om elektrische schokken te voorkomen.
  • Dit is vooral van belang voor inspecteurs van openbare verlichting, zodat zij op basis van deze kennis de veiligheid van installaties goed kunnen beoordelen.

Conclusie & Oproep tot actie

Deze wijziging in de NEN 1010 lijkt op het eerste gezicht klein, maar heeft grote implicaties voor de elektrische veiligheid in de openbare ruimte zoals straten, wegen, wandelpaden, fietspaden, parken, pleinen, markten, luchthavens, stations, openbare gebouwen en voorzieningen.

Vond je dit artikel lastig te begrijpen?
Dat is begrijpelijk, aangezien er complexe elektrotechnische principes zoals aarding en beschermende vereffening aan bod komen. Deze onderwerpen zijn echter enorm belangrijk voor elektrotechnici om te begrijpen, vooral als het gaat om de veiligheid van elektrische installaties. Zoals je eerder hebt gelezen, spelen principes als Aarding en Vereffening een cruciale rol in de algemene elektrische veiligheid, en dit specifieke geval in het bijzonder voor lichtmasten in de openbare ruimte.

Wil je je kennis verdiepen? Schrijf je dan in voor de cursus Aarding en Vereffening en leer in één dag de cruciale veiligheidsprincipes. 

Iris Quak
Iris Quak
Omega-energietechniek.nl scoort een 4,0 / 5,0 op basis van 26 beoordelingen.