Omega Energietechniek, voorop in veiligheid!

Niet bereikbaar is geen excuus — Waarom maximale inspanning bij zonnestroominspecties terecht is
Er is een discussie die we in de inspectiewereld regelmatig voeren. Een inspecteur staat op een dak, kijkt naar rijen panelen waaronder stekerverbindingen en kabels niet meer zichtbaar zijn, en moet een keuze maken. Hoe ver ga je? Is het genoeg om vast te stellen dat je er niet bij kunt? Of moet je alles uit de kast halen — drone, endoscoop, werkplateau — om tóch een oordeel te kunnen geven?
Het antwoord is duidelijk. TD18 stelt: het niet bereikbaar zijn van installatiedelen is geen reden om metingen of inspecties niet uit te voeren. Er moet altijd een maximale inspanning worden geleverd. En dat standpunt is niet alleen terecht — het is essentieel.
De realiteit op het dak
Laten we eerlijk zijn. Veel zonnestroominstallaties zijn niet ontworpen met inspectie in gedachten. Stekerverbindingen zitten ingeklemd tussen panelen en dakbedekking. Kabelmanagement is niet zichtbaar zonder panelen te demonteren. Omvormers hangen soms op plekken waar je zonder hoogwerker niet bij kunt. En bij veldinstallaties kan begroeiing, modder of de aanwezigheid van grazers de toegang bemoeilijken.
Het is verleidelijk om in zulke gevallen het inspectierapport af te sluiten met een opmerking: “niet bereikbaar.” Maar dat is precies waar het misgaat.
Waarom de eis terecht is
Een zonnestroominstallatie is geen statisch systeem. DC-stekerverbindingen staan onder spanning zolang er licht op de panelen valt. Kabels op daken worden blootgesteld aan UV-straling, temperatuurschommelingen, wind en soms water. Galvanische corrosie tast verbindingen aan, zeker wanneer verschillende materialen zijn gecombineerd in de montageconstructie. En stekerverbindingen van verschillende fabrikanten — in de praktijk helaas geen uitzondering — vormen een verhoogd risico op contactproblemen en warmteontwikkeling.
Dit zijn geen theoretische risico’s. Dit zijn de oorzaken van branden. Als een inspecteur niet controleert wat er onder de panelen gebeurt, mist hij mogelijk precies de gebreken die tot een incident leiden. De vraag is dan: wat is de inspectie nog waard?

Maximale inspanning, niet maximale kosten
De eis van maximale inspanning betekent niet dat elke inspectie een operatie van duizenden euro’s moet worden. Het betekent wel dat de inspecteur alle beschikbare hulpmiddelen inzet: een drone voor dakgedeelten die niet beloopbaar zijn, een endoscoop voor stekerverbindingen onder panelen, een werkplateau of hoogwerker voor onbereikbare omvormers. En als een hulpmiddel niet ingezet kan worden, moet in het verslag met beeldmateriaal worden aangetoond waarom niet.
TD18 biedt bovendien een realistisch alternatief. Wanneer de visuele inspectie van kabelgebonden installatiedelen onder panelen, stekerverbindingen of de bevestiging van de onderconstructie niet mogelijk is, mag gedetailleerde fotodocumentatie van de installatiewerkzaamheden worden gebruikt. Maar er zit een scherpe randvoorwaarde aan: de documentatie moet sluitend zijn. En het uitsluiten van installatiedelen is niet toegestaan.
Dat is een belangrijk onderscheid. Fotodocumentatie is een noodoplossing voor situaties waar fysieke inspectie onmogelijk is — niet een standaardprocedure om de inspectie te vereenvoudigen.
De verantwoordelijkheid van de installatie-eigenaar
Hier ligt ook een verantwoordelijkheid bij de opdrachtgever. TD18 is duidelijk: de installatie-eigenaar moet ervoor zorgen dat speciale faciliteiten beschikbaar zijn wanneer omvormers dat vereisen. Als een omvormer alleen met specifiek gereedschap of onder specifieke omstandigheden geïnspecteerd kan worden, dan moet de eigenaar dat faciliteren.
In de praktijk zien we te vaak dat de installatie-eigenaar verrast is door deze eis. Dat begint bij de installateur: wie een zonnestroominstallatie ontwerpt en plaatst, moet rekening houden met het feit dat deze installatie periodiek geïnspecteerd moet worden. Toegankelijkheid is geen luxe — het is een ontwerpeis.
Een oproep aan de sector
De markt voor zonnestroominstallaties zit momenteel in een dal. Maar dat maakt de kwaliteitsdiscussie niet minder urgent — integendeel. Juist nu de druk van snelle groei even wegvalt, is er ruimte om de kwaliteit van bestaande installaties serieus onder de loep te nemen. De duizenden installaties die in de afgelopen jaren in hoog tempo op daken zijn gelegd, moeten de komende decennia wél veilig blijven functioneren.
De eis van maximale inspanning bij SCOPE 12-inspecties is geen bureaucratische last. Het is de minimale standaard om te garanderen dat installaties die twintig tot dertig jaar op een dak liggen, dat ook veilig doen.
Als inspecteurs moeten we deze eis omarmen, niet omzeilen. Als installateurs moeten we ontwerpen met inspectie in het achterhoofd. En als installatie-eigenaren moeten we investeren in toegankelijkheid en documentatie.
Niet bereikbaar is geen excuus. Het is een probleem dat opgelost moet worden.
Gebaseerd op TD18 (Inspectie van zonnestroominstallaties, versie 2.5:2025-01) en IB24 (Handreikingen voor de praktijk, versie 1.3:2025-01).


