Waarom jouw medewerkers geen ‘kleine klusjes’ aan elektra mogen doen

Over lampen, zekeringen en de dunne lijn tussen handigheid en aansprakelijkheid

“Kun jij even die lamp vervangen?” Of: “Check even waarom dat stopcontact het niet doet.”

Herkenbaar? In veel bedrijven worden dit soort kleine elektrische werkzaamheden snel even tussendoor gedaan. Door de conciërge, de productiemedewerker, of gewoon iemand die toevallig in de buurt is. Logisch, denk je misschien. Het is maar een lamp.

Maar juridisch en veiligheidstechnisch is het dat niet. Het is een risicovolle gok. Want wie mag er volgens NEN 3140 eigenlijk wát doen aan elektrische installaties? En misschien nog belangrijker: wie heeft dat in jouw organisatie vastgelegd?

Iedereen doet ‘een beetje’ aan elektra

In de praktijk zie je het overal. Een medewerker die een zekering terugzet. Een collega die een verlengsnoer repareert met een stukje tape. Iemand die een TL-buis verwisselt zonder de spanning eraf te halen. “Dat hebben we altijd zo gedaan,” hoor je dan.

Het gevaar zit in de onderschatting. Elektriciteit zie je niet, ruik je niet, en het geeft geen waarschuwing voordat het misgaat. Een kortsluiting, een elektrische schok, of erger – het kan gebeuren bij werkzaamheden die ogenschijnlijk simpel lijken. Wie het cursusmateriaal van Omega heeft doorgenomen, kent THOMAS – onze eigen proefpersoon. Hij laat vrij concreet zien wat er met het menselijk lichaam gebeurt bij een foutstroom van 230 mA. En 230 mA, dat is precies wat je krijgt als je 230 volt overbrugt met een lichaamsimpedantie van 1000 ohm. Dat is geen theorie. Dat is de praktijk van een defect toestel dat je aanraakt.

Inspecties NEN 3140

Wat zegt het Arbobesluit?

Laten we even bij het begin beginnen. In het Arbeidsomstandighedenbesluit staan twee artikelen die direct relevant zijn voor iedereen die met elektrische installaties te maken heeft: artikel 3.4 en artikel 3.5.

Artikel 3.4 gaat over de installatie zelf: die moet veilig ontworpen, ingericht en onderhouden zijn, met actuele schema’s en tekeningen. Daar geeft NEN 1010 invulling aan.

Artikel 3.5 gaat over de werkzaamheden. En dit is waar het voor veel bedrijven spannend wordt – in beide betekenissen van het woord. Dat artikel stelt namelijk dat elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, alleen mogen worden uitgevoerd door deskundige, voldoende onderrichte en daartoe bevoegde werknemers. Daarnaast geldt als hoofdregel dat er spanningsloos gewerkt moet worden.

Kort gezegd: je mag pas aan elektra werken als je weet wat je doet, de risico’s kent, en daartoe bent aangewezen. Zo niet? Dan doe je het niet. De wet is daar vrij helder in.

NEN 3140: van wet naar werkvloer

De Arbowet en het Arbobesluit zijn bewust algemeen geschreven. Ze zeggen dát er veilig gewerkt moet worden, maar niet precies hóe. Om die reden is NEN 3140 geschreven. Deze norm vertaalt de wettelijke eisen naar concrete, toepasbare richtlijnen voor de dagelijkse praktijk.

NEN 3140 onderscheidt vier aanwijzingen voor personen die betrokken zijn bij elektrotechnische werkzaamheden. Wie geen schriftelijke aanwijzing heeft, is volgens de norm een leek. Misschien een expert op een ander vakgebied, maar voor werk aan of nabij de elektrische installatie geldt die persoon als ondeskundig.

De vier aanwijzingen zijn:

Installatieverantwoordelijke (IV) – De persoon die formeel verantwoordelijk is voor de veilige bedrijfsvoering van de elektrische installatie en arbeidsmiddelen. De IV zorgt voor beleid, inspectietermijnen, toegangsregelingen en geeft toestemming voor werkzaamheden. Hiervoor is minimaal een middelbaar elektrotechnisch werk- en denkniveau nodig, vergelijkbaar met niveau 4.

Werkverantwoordelijke (WV) – De persoon die verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van werkzaamheden op de werkplek. De WV beoordeelt risico’s, kiest de juiste werkwijze, selecteert de juiste uitvoerenden, en houdt toezicht. Ook hiervoor geldt minimaal niveau 4.

Vakbekwaam persoon (VP) – Iemand met aantoonbare elektrotechnische kennis en ervaring (minimaal niveau 2) die zelfstandig kan beoordelen of werkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd. Een VP mag installaties inspecteren, onderhouden en repareren.

Voldoende onderricht persoon (VOP) – Iemand die op basis van gerichte instructie in staat is elektrische gevaren te herkennen en te vermijden. Een VOP hoeft geen elektrotechnische opleiding te hebben, maar mag na instructie wel beperkte werkzaamheden uitvoeren. Denk aan het vervangen van lampen, resetten van beveiligingen, of het monteren van contactstoppen. Een VOP werkt altijd binnen duidelijk afgebakende grenzen en vaak onder toezicht van een VP of WV.

Het punt is: al deze personen moeten schriftelijk worden aangewezen. Die aanwijzing moet beschrijven welke werkzaamheden de persoon mag uitvoeren, binnen welke grenzen, en hoe lang de aanwijzing geldig is. Zonder dat document op papier ben je – ongeacht je diploma’s of ervaring – formeel een leek.

Waarom het juist bij ‘simpele’ klussen misgaat

Incidenten met elektriciteit gebeuren opvallend vaak niet bij complexe werkzaamheden, maar juist bij routineklussen waar de alertheid ontbreekt. Een paar voorbeelden die we in de praktijk tegenkomen:

Een medewerker die een kapotte stekker repareert met tape en hem weer in gebruik neemt. Iemand die een natte ruimte schoonspoelt terwijl de elektra nog onder spanning staat. Het vervangen van een lamp in een buitenruimte zonder te controleren of het armatuur nog spatwaterdicht is. Of een zekering die steeds doorsloeg en die zonder oorzaakonderzoek wordt vervangen door een zwaardere variant – waarmee de bescherming van de installatie effectief wordt uitgeschakeld.

In al deze gevallen ontbrak het aan toereikende kennis, juiste inschatting van risico’s, of simpelweg het besef dat deze werkzaamheden niet door iedereen uitgevoerd mogen worden.

Wat dit betekent voor de werkgever?

Op grond van het Arbobesluit en NEN 3140 rust op de werkgever de verantwoordelijkheid om een aantal zaken aantoonbaar te regelen. En ‘aantoonbaar’ is hier het sleutelwoord, want bij een incident kijkt de Nederlandse Arbeidsinspectie niet naar intenties, maar naar documentatie.

Concreet betekent dit: er moet een actueel elektrisch veiligheidsbeleid liggen waarin staat wie wat mag doen. Er moeten bevoegde personen zijn aangewezen – schriftelijk, met wederzijds akkoord. Die personen moeten opgeleid zijn en periodiek worden bijgeschoold, want NEN 3140 schrijft voor dat alle aangewezen personen periodiek worden geïnstrueerd. Er moeten duidelijke instructies en procedures zijn. En er moet toezicht zijn op naleving.

Als er in jouw bedrijf geen helder beleid ligt waarin staat wie die lamp mag vervangen, dan ontbreekt er iets essentieels. En als er dan iets misgaat, sta je juridisch, financieel én moreel in een lastige positie.

Van ‘we doen maar wat’ naar helder beleid

De oplossing is niet ingewikkeld, maar vraagt wel een bewuste keuze. En het begint met een eerlijke blik op de huidige situatie.

Inventariseer welke elektrische werkzaamheden voorkomen. Maak onderscheid tussen bedieningshandelingen (een machine in- of uitschakelen), eenvoudige elektrotechnische taken (lamp vervangen, zekering resetten), en werkzaamheden die vakbekwaamheid vereisen (inspecteren, onderhouden, repareren). Leg voor elke categorie vast wie dit mag doen.

Zorg voor de juiste aanwijzingen. Wijs een installatieverantwoordelijke aan. Bepaal of je werkverantwoordelijken nodig hebt. Laat medewerkers die beperkte elektrische taken uitvoeren opleiden tot VOP. Laat medewerkers die zelfstandig aan installaties werken opleiden tot VP. En leg dit alles vast in schriftelijke aanwijzingsdocumenten.

Communiceer helder. Zorg dat iedereen in de organisatie weet wat wel en niet mag. Bespreek het in toolboxmeetings, neem het op in inwerkprogramma’s, en maak het zichtbaar op de werkplek.

Organiseer periodieke bijscholing. Kennis vervaagt, installaties veranderen, normen worden bijgewerkt. NEN 3140 schrijft niet voor niets voor dat aangewezen personen periodiek worden geïnstrueerd. Bijlage E van de norm regelt de tijdsintervallen hiervoor.

Evalueer regelmatig. Een elektrisch veiligheidsbeleid is geen document dat je één keer schrijft en in een la legt. Het is een levend document dat meebeweegt met je organisatie.

Een herkenbaar voorbeeld

Een middelgroot productiebedrijf in de maakindustrie had jarenlang geen formeel elektrisch veiligheidsbeleid. Kleine storingen werden door productiemedewerkers zelf opgelost, elektriciens kwamen er alleen bij voor grote problemen. Bij een interne audit bleek dat geen enkele medewerker schriftelijk was aangewezen en er geen installatieverantwoordelijke was benoemd.

De oplossing: drie medewerkers volgden de opleiding tot Vakbekwaam persoon, zes operators werden opgeleid tot Voldoende onderricht persoon voor afgebakende basistaken, en er werd een installatieverantwoordelijke aangewezen die het elektrisch veiligheidsbeleid herschreef. Met heldere taken, bevoegdheden en aanwijzingsdocumenten. Het resultaat: meer veiligheid, minder onbedoelde risico’s, en een juridisch aantoonbare borging.

Tijd voor een eerlijke check

Loop deze vragen even langs voor je eigen organisatie:

Hebben wij een actueel elektrisch veiligheidsbeleid? Is er een installatieverantwoordelijke aangewezen? Weten we precies wie wat mag doen aan elektra? Hebben medewerkers die elektrische taken uitvoeren een geldige opleiding en schriftelijke aanwijzing? Wordt het beleid actief nageleefd en geëvalueerd?

Als je op één of meer van deze vragen geen volmondig ‘ja’ kunt antwoorden, dan is er werk aan de winkel.

De volgende stap

Omega Energietechniek verzorgt praktijkgerichte opleidingen volgens NEN 3140 voor elke rol binnen het aanwijsbeleid. Van Voldoende onderricht persoon tot Vakbekwaam persoon, en van Keurmeester Elektrische Arbeidsmiddelen tot Installatie- en Werkverantwoordelijke.

Elke opleiding is gebaseerd op de actuele norm, doorspekt met praktijkvoorbeelden, en direct toepasbaar in je dagelijkse bedrijfsvoering.

Bekijk het opleidingsaanbod of neem contact op via 088-2056101 voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Want veiligheid begint niet bij een sticker of een formulier. Het begint bij mensen die weten wat ze doen.ijkheid is weten wat je doet — en het ook nog eens goed vastleggen.

Iris Quak
Iris Quak