VOP of VP: welke NEN 3140-aanwijzing heeft jouw medewerker nodig?

Stel je voor: een facilitair medewerker vervangt een tl-buis in het magazijn. Klinkt onschuldig. Maar als die medewerker geen schriftelijke aanwijzing heeft volgens NEN 3140, is hij op dat moment een leek — ongeacht zijn ervaring. En bij een ongeval ben jij als werkgever aansprakelijk.

In de praktijk zien we dat bedrijven worstelen met de vraag: moet ik mijn medewerker aanwijzen als voldoende onderricht persoon (VOP) of als vakbekwaam persoon (VP)? Het verschil lijkt subtiel, maar de gevolgen van een verkeerde keuze zijn dat niet. Een verkeerde aanwijzing betekent dat iemand werkzaamheden uitvoert waarvoor hij niet bevoegd is, met alle risico’s van dien.

Wat zegt NEN 3140 over VOP en VP?

NEN 3140 schrijft voor dat iedereen die elektrotechnische werkzaamheden verricht of in de buurt van elektrische installaties werkt, schriftelijk moet worden aangewezen. Die aanwijzing bepaalt wat iemand mag doen, binnen welke grenzen, en onder welke voorwaarden. Zonder aanwijzing ben je in de ogen van de norm een leek.

De norm kent vier aanwijzingsniveaus: installatieverantwoordelijke (IV), werkverantwoordelijke (WV), vakbekwaam persoon (VP) en voldoende onderricht persoon (VOP). Voor de meeste bedrijven draait de dagelijkse keuze om die laatste twee.

Inspecties NEN 3140

De voldoende onderricht persoon (VOP)

Een VOP hoeft géén elektrotechnische opleiding te hebben. Het gaat erom dat deze persoon, na een gerichte instructie, in staat is om elektrische gevaren te herkennen en te vermijden. De werkzaamheden van een VOP zijn doorgaans niet-elektrotechnisch van aard, maar vinden wel plaats in de nabijheid van elektrische installaties.

Denk aan een een schilder die in een technische ruimte aan de slag gaat of een productiemedewerker die een beveiliging moet resetten. Daarnaast kan een VOP na instructie ook eenvoudige elektrotechnische taken uitvoeren, zoals het vervangen van lampen, het monteren van contactstoppen, of het inspecteren van elektrische arbeidsmiddelen.

Belangrijk: een VOP werkt altijd binnen duidelijk afgebakende grenzen en vaak onder toezicht van een vakbekwaam persoon of werkverantwoordelijke.

De vakbekwaam persoon (VP)

Een VP beschikt wél over elektrotechnische kennis, minimaal op een lager elektrotechnisch niveau (vergelijkbaar met niveau 2). Dit kan via een opleiding zijn, maar ook via aantoonbare praktijkervaring. Denk aan een monteur elektrotechnische installaties of iemand met jarenlange ervaring in de technische dienst.

Een VP mag zelfstandig elektrotechnische werkzaamheden uitvoeren — mits de aanwijzing dat toestaat. Hij is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en moet zich kunnen verantwoorden over het veilig uitvoeren van zijn taken. Afhankelijk van de risico’s kan het zijn dat ook een VP onder toezicht werkt, maar in veel situaties opereert hij zelfstandig.

Het verschil in de praktijk

 VOPVP
Opleiding vereist?Nee, wel gerichte instructieJa, minimaal niveau 2 of vergelijkbare ervaring
Zelfstandig werken?Nee, binnen afgebakende grenzen en vaak onder toezichtJa, mits de aanwijzing dat toestaat
Type werkzaamhedenNiet-elektrotechnisch nabij installaties, of eenvoudige elektrotechnische taken na instructieElektrotechnische werkzaamheden passend bij kennis en ervaring
VerantwoordelijkheidBeperkt, werkt onder toezichtPersoonlijke veiligheid, verantwoording over eigen taken
VoorbeeldLampen vervangen, beveiligingen resetten, arbeidsmiddelen inspecterenZelfstandig onderhoud aan verdeelkasten, metingen uitvoeren, storingen verhelpen

Veelgemaakte fouten bij het aanwijzen

1. Helemaal niet aanwijzen. De meest voorkomende fout. Een medewerker volgt een NEN 3140-cursus, krijgt een certificaat en gaat aan de slag. Maar zonder schriftelijke aanwijzing door of namens de werkgever is die medewerker nog steeds een leek in de ogen van de norm. Een cursus alleen is niet genoeg.

2. Iedereen dezelfde aanwijzing geven. Sommige bedrijven wijzen voor het gemak alle technische medewerkers aan als VP. Maar als iemand niet beschikt over het vereiste kennisniveau, is die aanwijzing niet geldig. De aanwijzing moet passen bij het daadwerkelijke kennis- en ervaringsniveau.

3. De aanwijzing niet concretiseren. Een aanwijsbrief moet duidelijk beschrijven wélke werkzaamheden de persoon mag uitvoeren, binnen welke grenzen en voorwaarden, en hoe lang de aanwijzing geldig is. Een generieke tekst als ‘aangewezen conform NEN 3140’ zonder verdere specificatie is onvoldoende.

4. Vergeten om periodiek te herinstrueren. NEN 3140 schrijft voor dat aangewezen personen periodiek worden geïnstrueerd. Kennis vervaagt, installaties veranderen, en nieuwe risico’s ontstaan. Zonder periodieke herinstructie verliest de aanwijzing aan waarde.

De risico’s van een verkeerde aanwijzing

Veiligheidsrisico. Het belangrijkste risico is vanzelfsprekend het gevaar voor je medewerkers. Een VOP die zelfstandig een verdeelkast opent zonder het juiste kennisniveau, loopt een reëel risico op een elektrische schok of vlamboog. De gevolgen kunnen fataal zijn.

Juridisch risico. De Arbowet legt de zorgplicht bij de werkgever. Als een medewerker een ongeval krijgt en blijkt dat de aanwijzing niet klopt — of er helemaal geen aanwijzing is — sta je er als werkgever slecht voor. De Arbeidsinspectie (NLA) kan handhavend optreden, en bij ernstige ongevallen is strafrechtelijke vervolging niet uitgesloten.

Financiële gevolgen. Boetes van de toezichthouder, claims van de werknemer of zijn verzekeraar, stillegging van werkzaamheden, en reputatieschade. De kosten van een goed aanwijsbeleid vallen in het niet bij de kosten van een incident.

Zo regel je het goed: 5 concrete stappen

Stap 1: Inventariseer wie welke werkzaamheden uitvoert. Breng in kaart welke medewerkers in hun werk te maken hebben met elektrische installaties of arbeidsmiddelen. Denk niet alleen aan de elektricien, maar ook aan de facilitair medewerker, de productiemedewerker en de schoonmaakploeg.

Stap 2: Bepaal het juiste aanwijzingsniveau. Kijk per medewerker naar het type werkzaamheden, het kennis- en ervaringsniveau, en de risico’s. Voert iemand alleen eenvoudige taken uit nabij installaties? Dan is een VOP-aanwijzing waarschijnlijk voldoende. Voert iemand zelfstandig elektrotechnisch onderhoud uit? Dan heb je een VP nodig.

Stap 3: Zorg voor de juiste opleiding of instructie. Een VOP heeft een gerichte instructie nodig die aansluit bij de specifieke werkzaamheden. Een VP heeft een elektrotechnische basis nodig (opleiding of aantoonbare ervaring). Een NEN 3140-cursus zorgt ervoor dat beide groepen de normkennis hebben om veilig te werken.

Stap 4: Leg de aanwijzing schriftelijk vast. Stel per persoon een aanwijsbrief op die beschrijft voor welke werkzaamheden de aanwijzing geldt, binnen welke grenzen en voorwaarden, en wat de geldigheidsduur is. Laat de brief ondertekenen door zowel de werkgever (of installatieverantwoordelijke) als de medewerker.

Stap 5: Plan periodieke herinstructie. Gebruik bijlage E van NEN 3140 als leidraad voor het bepalen van de instructiefrequentie. Factoren zoals de complexiteit van het werk, eerdere incidenten en veranderingen in de installatie bepalen hoe vaak herinstructie nodig is.

Wil je het goed regelen?

Bij Omega Energietechniek bieden we NEN 3140-cursussen voor zowel voldoende onderricht personen als vakbekwaam personen. Onze ervaren vakdocenten uit de praktijk zorgen ervoor dat je medewerkers precies leren wat ze nodig hebben — niet meer, niet minder. Na de cursus weet je exact welke aanwijzing bij wie past en hoe je dit binnen je organisatie inricht.

Bekijk ons cursusaanbod NEN 3140 →

Twijfel je welke cursus past bij jouw medewerkers? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.

Iris Quak
Iris Quak