SCOPE 10 en de steekproef: wanneer mag je wél en wanneer niet steekproefsgewijs inspecteren?

Je bent SCOPE 10-inspecteur en staat in een productiehal. Overal elektrisch materieel: schakel- en verdeelinrichtingen, motoren, verdeelkasten, verlichting. De hal is stoffig, er wordt metaal bewerkt en de lucht voelt vochtig aan. Je opdrachtgever verwacht dat je steekproefsgewijs inspecteert. Logisch, want dat scheelt tijd en geld. Maar mag dat hier eigenlijk wel?

Het antwoord is genuanceerder dan je denkt. En precies die nuance zorgt ervoor dat inspecteurs tijdens audits soms in de problemen komen.

Wat zegt TD14 over de steekproef?

SCIOS Technisch Document 14 (TD14, versie 2.9, augustus 2024) beschrijft de eisen voor SCOPE 10-inspecties op brandrisico. Het document is gebaseerd op de NTA 8220, de beoordelingsmethode voor brandrisico van elektrisch materieel. In bijlage 2 van TD14 staan aanvullende eisen op de NTA 8220. En daar wordt het interessant.

Bij bepaling 4.2 van de NTA 8220 staat dat een steekproef niet is toegelaten voor elektrisch materieel in ruimten waar dat materieel wordt blootgesteld aan vuil, vocht, stof, bijtende dampen en stootbelasting. De norm noemt als voorbeelden: de bewerking van metaal en landbouw en veeteelt.

Lees je dat letterlijk, dan zou je denken: in een ruimte met stof moet ik álles inspecteren. Elk stopcontact, elke schakelaar, elk verlichtingsarmatuur. Dat is bij grote installaties praktisch onhaalbaar en bovendien niet wat de normschrijver bedoeld heeft.

Inspecties NEN 3140

De intentie van de normschrijver

TD14 geeft in bijlage 2 een belangrijke verduidelijking. De bedoeling is dat de ruimte zelf geïnspecteerd moet worden — je kunt een stoffige productiehal niet overslaan in je steekproef. Maar het elektrisch materieel in die ruimte mag wél steekproefsgewijs worden beoordeeld, mits het brandrisico van het betreffende onderdeel nihil is.

Dat is een wezenlijk verschil. De ruimte mag niet worden uitgesloten. Het materieel daarbinnen mag onder voorwaarden wél steekproefsgewijs worden beoordeeld. De sleutelvoorwaarde is dat het brandrisico van het specifieke onderdeel nihil moet zijn.

Concreet betekent dit dat je als inspecteur per onderdeel een risicobeoordeling maakt. Een verlichtingsarmatuur dat hoog en droog hangt in een stoffige hal heeft een ander risicoprofiel dan een schakelkast die vlak naast een slijpmachine staat en onder een laag metaalstof zit. Bij dat laatste onderdeel is het brandrisico niet nihil — en dan is een steekproef niet voldoende.

Schakel- en verdeelinrichtingen: altijd visueel beoordelen

TD14 is op dit punt heel helder: schakel- en verdeelinrichtingen moeten altijd visueel worden beoordeeld. Daar geldt geen steekproef voor de visuele inspectie. Voor metingen en beproevingen mag je wél een steekproef toepassen.

TD14 voegt daar een praktische waarschuwing aan toe: het openen van schakel- en verdeelinrichtingen brengt vlambooggevaar met zich mee. Dit moet daarom bij voorkeur spanningsloos worden uitgevoerd. Een uitzondering geldt alleen als de schakel- en verdeelinrichting zo is ontworpen dat bij het openen en sluiten het risico verwaarloosbaar is.

Dit punt wordt in de praktijk weleens onderschat. Een inspecteur die routinematig verdeelkasten opent zonder eerst de risico’s te beoordelen, brengt zichzelf en de installatie in gevaar.

Isolatieweerstand: niet standaard op de hele installatie

Een ander punt waar de steekproefvraag speelt, is de meting van de isolatieweerstand. Volgens bepaling 4.4.4 van de NTA 8220 mag elektrisch materieel geen isolatiefout hebben. De isolatieweerstand wordt gemeten met een meetspanning van 250 VDC en moet per eindgroep minimaal 230 kΩ zijn.

Maar — en dat is belangrijk — TD14 stelt dat een meting van de isolatieweerstand zelden noodzakelijk is op de gehele elektrische installatie. Of een isolatiemeting nodig is, hangt af van het risico op brand. Installaties met een verhoogd risico, zoals veestallen en bakkerijen, vragen wel om deze meting. Bij een standaard kantooromgeving is dat vaak niet het geval.

De inspecteur maakt hier dus weer een risicoafweging. En die afweging moet in het inspectieplan zijn vastgelegd.

Het inspectieplan: je fundament

Alles staat of valt met een goed inspectieplan. TD14 schrijft voor dat het inspectieplan de totale omvang van het elektrisch materieel beschrijft, zonder uitsluitingen. Daarnaast moet het plan bevatten: de steekproefbepaling conform NTA 8220, de bijzondere ruimten en de specifieke risico’s.

In de rapportage moet vervolgens worden vermeld of het een 100 procent inspectie of een steekproef betreft. Bij een steekproef moet de omvang van de partij, de steekproefgrootte en het aantal steekproeven worden beschreven. En als onderdelen niet zijn geïnspecteerd, moet je de redenen daarvoor opgeven.

Hier gaat het in de praktijk regelmatig mis. Inspecteurs die steekproefsgewijs werken zonder dit goed vast te leggen in het inspectieplan, lopen risico tijdens audits. De auditor wil zien dat je bewust hebt gekozen voor een steekproef, dat je hebt beoordeeld of dat mocht, en dat je je keuze kunt onderbouwen.

Omvormers niet vergeten

Nog een punt dat sinds versie 2.9 van TD14 (augustus 2024) extra aandacht verdient: wanneer een zonnestroominstallatie aanwezig is, moeten de omvormer en de direct daarop aangesloten stekers bij de SCOPE 10-inspectie als elektrisch materieel worden beoordeeld. Dat betekent: visuele beoordeling én thermografische meting volgens NTA 8220.

Dit is geen vervanging van een SCOPE 12-inspectie. Het inspectiebedrijf moet de installatie-eigenaar er juist op wijzen dat de volledige inspectie van de zonnestroominstallatie onder SCOPE 12 valt.

Samenvatting: drie regels om te onthouden

Ten eerste: de ruimte met verhoogd risico (stof, vocht, bijtende dampen) mag nooit worden overgeslagen. De ruimte moet altijd worden geïnspecteerd.

Ten tweede: het elektrisch materieel in zo’n ruimte mag steekproefsgewijs worden beoordeeld, maar alleen als het brandrisico van het specifieke onderdeel nihil is. Is het risico niet nihil, dan moet je dat onderdeel inspecteren.

Ten derde: schakel- en verdeelinrichtingen moeten altijd visueel worden beoordeeld. Steekproef is daar alleen toegestaan voor metingen en beproevingen.

Leg je keuzes vast in het inspectieplan en onderbouw je steekproefbepaling. Dat is niet alleen verplicht volgens TD14 — het beschermt je ook tijdens audits.

Wil je dit goed leren toepassen?

De regels rondom steekproefbepaling, risicobeoordeling en rapportage zijn precies het soort kennis dat het verschil maakt tussen een inspecteur die door een audit komt en eentje die vastloopt op vragen. In de SCOPE 10-opleiding van Omega Energietechniek leer je niet alleen de theorie van TD14 en NTA 8220, maar oefen je met praktijkcasussen waarin je deze afwegingen zelf maakt.

Iris Quak
Iris Quak