Keuring van elektrische arbeidsmiddelen: wat de NEN 3140 écht van u verwacht

Een kapotte boormachine, een versleten snoer — en dan gaat het mis

Stel je voor: een medewerker pakt een handboormachine uit de gereedschapskist, plugt hem in en begint te boren. Het snoer is licht beschadigd bij de trekontlasting, maar dat valt nauwelijks op. Tot het moment dat het metalen boorlichaam onder spanning komt te staan. Wat volgt is een elektrische schok die de medewerker tegen de grond werkt. Het onderzoek achteraf wijst uit dat het apparaat al maanden niet meer was geïnspecteerd.

Dit scenario is helaas geen uitzondering. In veel bedrijven worden elektrische arbeidsmiddelen dagelijks gebruikt zonder dat er een structureel inspectiebeleid is ingericht. Boormachines, verlengsnoeren, lasapparaten, industriële stofzuigers — ze slijten, raken beschadigd en verliezen gaandeweg hun veiligheid. Toch ontbreekt in veel organisaties het besef dat de NEN 3140 heldere richtlijnen geeft voor de periodieke keuring van precies deze apparatuur.

In deze blog leggen we uit wat de NEN 3140 voorschrijft over de inspectie van elektrische arbeidsmiddelen, hoe je de juiste inspectie-intervallen bepaalt en welke veelgemaakte fouten je beter kunt vermijden.

Wat zegt de NEN 3140 over de inspectie van elektrische arbeidsmiddelen?

De NEN 3140 is de Nederlandse norm voor de bedrijfsvoering van elektrische installaties op laagspanning (tot 1.000 Vac / 1.500 Vdc). Hoewel de norm niet wettelijk verplicht is via de Arbowet, wordt deze in de praktijk gezien als hét middel om invulling te geven aan de zorgplicht van de werkgever op het gebied van elektrische veiligheid.

Een belangrijk onderdeel van de norm richt zich specifiek op elektrische arbeidsmiddelen. Bepaling 5.102 beschrijft dat deze met een passende regelmaat moeten worden geïnspecteerd. Het doel is helder: gebreken ontdekken die tijdens gebruik zijn ontstaan en die gevaar kunnen opleveren.

De norm maakt daarbij een belangrijk onderscheid. Verplaatsbare elektrische arbeidsmiddelen die tijdens gebruik in de hand worden gehouden of veelvuldig worden aangeraakt, moeten door de gebruiker voorafgaand aan elk gebruik visueel worden gecontroleerd op zichtbare beschadigingen. Daarnaast is er de periodieke inspectie: een meer diepgaande controle die op vaste intervallen plaatsvindt en die ook metingen en beproevingen kan omvatten.

Inspecties NEN 3140

Hoe bepaalt u het juiste inspectie-interval?

Hier zit een van de meest onderschatte aspecten van de NEN 3140. Veel bedrijven hanteren een vast interval — bijvoorbeeld één keer per jaar — voor al hun apparatuur. Dat klinkt overzichtelijk, maar het klopt niet met wat de norm voorschrijft.

Bijlage K van de NEN 3140 biedt een risicogebaseerd model om het inspectie-interval te bepalen. Vier factoren worden daarbij gewogen:

Frequentie van gebruik. Wordt het apparaat regelmatig gebruikt (vaker dan vijfmaal per jaar), dan weegt dit zwaarder dan incidenteel gebruik. Regelmatig gebruik levert een weging van 10 punten op.

Deskundigheid van de gebruikers. Wordt het apparaat uitsluitend door deskundigen gebruikt, dan is de weging 0. Bij gebruik door niet-deskundigen is de weging 10 punten.

Omgeving. Een schone, droge kantooromgeving levert 0 punten op. Een gemiddelde industriële omgeving 10 punten. Een zwaar industriële omgeving, zoals een bouwplaats of scheepswerf, levert 15 punten op.

Kans op beschadiging. Bij minimaal risico (denk aan een beschermd gelegd verlengsnoer op kantoor) is de weging 0. Bij een klein maar reëel risico, zoals gereedschap in de auto van een servicemonteur, is het 10 punten. Bij groot risico, zoals op een bouwplaats, 15 punten.

De som van deze weegfactoren bepaalt vervolgens het inspectie-interval. In de praktijk komt dit voor de meeste arbeidsmiddelen neer op een interval tussen de 6 en 36 maanden. Hoe hoger de score, hoe korter het interval moet zijn.

Een belangrijke nuance: als de som van de weegfactoren lager is dan 21, mag de installatieverantwoordelijke besluiten om alleen visuele inspecties uit te voeren of te werken met steekproeven. Dit biedt ruimte voor een pragmatische aanpak, maar vereist wel een onderbouwde afweging.

Veelgemaakte fouten bij de keuring van arbeidsmiddelen

In de dagelijkse praktijk zien we een aantal terugkerende fouten die bedrijven onbewust kwetsbaar maken.

Eén vast interval voor alle apparatuur. Veel organisaties keuren alles op hetzelfde moment, zonder onderscheid te maken in risicoprofiel. Een pc-voedingskabel op kantoor heeft een heel ander risicoprofiel dan een slijptol op een bouwplaats. De NEN 3140 vraagt juist om een gedifferentieerde aanpak.

Geen visuele controle vóór gebruik. De norm is hier expliciet: verplaatsbare arbeidsmiddelen die in de hand worden gehouden, moeten vóór gebruik visueel worden gecontroleerd door de gebruiker zelf. In de praktijk gebeurt dit zelden. Medewerkers pakken een apparaat, schakelen het in en gaan aan het werk — zonder even te controleren op beschadigde snoeren, gebroken behuizingen of losse onderdelen.

Alleen een sticker, geen registratie. Een keuringssticker op een apparaat is een zichtbaar bewijs van inspectie, en de norm noemt dit ook als mogelijkheid. Maar een sticker alleen bewijst niet wát er is geïnspecteerd, door wie, en met welk resultaat. Een slimme aanpak is om altijd een register of digitaal systeem bij te houden waarin inspectiedatum, resultaten en de geplande volgende inspectie zijn vastgelegd.

Geen vastlegging van de onderbouwing. De installatieverantwoordelijke moet niet alleen de inspectie-intervallen vaststellen, maar deze ook met redenen omkleed vastleggen. Dat betekent: documenteer waarom u voor een bepaald interval heeft gekozen, welke meetmethoden worden toegepast en of er met steekproeven wordt gewerkt. Zonder deze onderbouwing is uw keuringsbeleid onvoldoende traceerbaar.

Welke risico’s loopt uw bedrijf bij onjuiste toepassing?

De risico’s van een gebrekkig inspectiebeleid zijn zowel fysiek als juridisch. Het meest directe gevaar is uiteraard het risico op elektrocutie of brand. Een beschadigd arbeidsmiddel kan ertoe leiden dat metalen delen onder spanning komen te staan. Bij 230 volt kan de stroom door het menselijk lichaam al snel oplopen tot waarden die leiden tot spierkrampen, ademhalingsproblemen of zelfs hartritmestoornissen.

Daarnaast is er de aansprakelijkheidskwestie. De werkgever heeft op grond van het Arbeidsomstandighedenbesluit een zorgplicht. Artikel 7.3 stelt dat arbeidsmiddelen geschikt en veilig moeten zijn voor het beoogde gebruik. Wanneer bij een incident blijkt dat inspecties niet zijn uitgevoerd of niet zijn gedocumenteerd, staat de werkgever juridisch zwak.

Tot slot is er het reputatierisico. Een ernstig incident op de werkvloer leidt niet alleen tot menselijk leed, maar ook tot productieverlies, onderzoek door de Arbeidsinspectie en mogelijke sancties. Dat is een prijs die geen enkel bedrijf wil betalen.

Zeven concrete stappen naar een compliant NEN 3140 inspectiebeleid

Wil je de inspectie van uw elektrische arbeidsmiddelen volgens de NEN 3140 op orde brengen? De volgende stappen helpen u op weg.

1. Stel een installatieverantwoordelijke aan. Deze persoon is verantwoordelijk voor het vaststellen van het inspectiebeleid, inclusief intervallen, meetmethoden en steekproeven.

2. Maak een inventarisatie van alle elektrische arbeidsmiddelen. Breng in kaart welke apparatuur aanwezig is, waar deze wordt gebruikt en door wie.

3. Bepaal het inspectie-interval per apparaat of groep. Gebruik de weegfactoren uit bijlage K van de NEN 3140 om per apparaat of categorie een onderbouwd interval vast te stellen.

4. Leg de onderbouwing schriftelijk vast. Documenteer per apparaat of groep waarom het gekozen interval passend is, welke inspecties worden uitgevoerd en welke meetmethoden worden toegepast.

5. Instrueer gebruikers over visuele controle. Zorg dat medewerkers weten dat zij verplaatsbare arbeidsmiddelen vóór gebruik moeten controleren op zichtbare gebreken.

6. Registreer alle inspecties. Gebruik een digitaal systeem of register waarin per apparaat de inspectiedatum, bevindingen, goedkeuring en datum van de volgende inspectie worden vastgelegd.

7. Zorg voor periodieke hertraining. De NEN 3140 schrijft voor dat alle aangewezen personen — van installatieverantwoordelijke tot voldoende onderricht persoon — periodiek worden bijgeschoold. Kennis veroudert, werksituaties veranderen en bewustzijn moet worden onderhouden.

De basis op orde — en dan?

Een goed inspectiebeleid voor elektrische arbeidsmiddelen is geen luxe, maar een fundamenteel onderdeel van elektrisch veilig werken. Het beschermt uw medewerkers, voorkomt stilstand en zorgt ervoor dat uw organisatie voldoet aan de eisen die de Arbowetgeving en de NEN 3140 stellen.

Toch begint elk beleid met kennis. Weet u precies welke beschermingsklassen er bestaan en wat de bijbehorende inspectie-eisen zijn? Kent uw installatieverantwoordelijke de weegfactoren uit bijlage K? Weten uw medewerkers wat een visuele controle inhoudt — en wanneer een apparaat niet meer mag worden gebruikt?

Een NEN 3140-cursus biedt precies die kennis. Of het nu gaat om de opleiding tot keurmeester elektrische arbeidsmiddelen (KEA), vakbekwaam persoon of installatieverantwoordelijke — de juiste training maakt het verschil tussen een papieren beleid en een levende veiligheidscultuur. Benieuwd welke cursus bij uw situatie past? Neem vrijblijvend contact op of bekijk al onze NEN 3140 cursussen. Zo zet u de volgende stap naar een werkplek waar elektrische veiligheid geen toeval is, maar een bewuste keuze.

Iris Quak
Iris Quak