Omega Energietechniek, voorop in veiligheid!

f Zs meten: De levensverzekering van de installatie (én je klant)
Je staat voor een verdeler. De geur van koper en kunststof is vertrouwd. Je installatietester is opgewarmd en klaar voor actie. Vandaag duiken we in een van de meest cruciale metingen tijdens een inspectie: de impedantie van de foutstroomketen, oftewel de circuitimpedantie (Zs).
Klinkt ingewikkeld? Valt mee. Maar de impact van een foute beoordeling is enorm.
Als Scope 8 opleider nemen wij je mee in de wereld achter het display van je meetinstrument. Want blind een getalletje overpennen op je rapport, dat is geen inspecteren. Dat is administreren. En wij leiden inspecteurs op.
Waarom meten we die Zs eigenlijk?
De basis ligt, zoals zo vaak, in de Arbowetgeving en daaruit volgend NEN 1010 en NEN 3140: het voorkomen van gevaar. Specifiek kijken we hier naar bescherming tegen elektrische schok door automatische uitschakeling van de voeding.
Simpel gezegd: Als er een sluiting ontstaat tussen een fase en het gestel (de aarde), moet de beveiliging (de automaat of zekering) snel genoeg uitschakelen zodat de aanraakspanning niet te lang gevaarlijk hoog blijft.
Om te weten of die automaat snel genoeg kan uitschakelen, moeten we weten hoeveel stroom er gaat lopen bij een fout. Dat hangt af van de weerstand (impedantie) van de hele lus die de stroom aflegt: van de transformator, door de kabels, via de fout naar de aarde, en weer terug naar het sterpunt van de trafo. Dat is je Zs.

Wat zegt Technisch Document 12 (TD12)?
In TD12 (we pakken de versie 8.4 er even bij) staat in hoofdstuk 5.4.7 duidelijk dat het meten van de foutstroomimpedantie een methode is om de automatische uitschakeling te verifiëren.
“De meting van de foutstroomimpedantie (Zs) wordt uitgevoerd om vast te stellen of de impedantie van de foutstroomketen laag genoeg is om bij een sluiting […] een stroom te laten vloeien die groot genoeg is om de overstroombeveiliging binnen de gestelde tijd aan te spreken.” (Bron: SCIOS TD12, v8.4, par. 5.4.7)
TD12 schrijft het dus voor. Maar het begrijpen doe je pas als je de link legt met de beveiligingskarakteristiek.
Het praktijkvoorbeeld: De C16 automaat
Stel, je meet een Zs van 1,55 Ohm op een eindgroep beveiligd met een C16 installatieautomaat. Je meter geeft misschien een groen vinkje (afhankelijk van de instellingen), maar jouw inspecteursbrein moet nu gaan ratelen.
Uit ons Scope 8 cursusboek weten we dat een C-karakteristiek magnetisch (dus snel!) uitschakelt tussen de 5 en 10 keer de nominale stroom (In). Voor de veiligheid rekenen we met de ongunstigste waarde: 10x In.
- De stroom die nodig is voor snelle afschakeling (Ia) = 16A x 10 = 160A.
- De netspanning (U0) is 230V.
- De maximaal toegestane impedantie (Zs max) is volgens de wet van Ohm: R= U / I
- Reken maar mee: 230V / 160A = 1,44 Ohm.
Conclusie: Jouw gemeten 1,55 Ohm is hoger dan de toegestane 1,44 Ohm. De stroom die gaat lopen bij een fout is te laag (slechts ca. 148A) om de C16 automaat gegarandeerd binnen 0,4 seconde te laten trippen. Gevaar!
En dan komt IB22 om de hoek kijken
Je hebt een afwijking geconstateerd. Hoe ernstig is die? Hiervoor pakken we Informatieblad 22 (IB22) erbij, de standaard voor classificatie van gebreken.
Omdat de automatische uitschakeling bij een fout niet gewaarborgd is, blijft er mogelijk een gevaarlijke spanning op het gestel staan. Dit is een direct elektrocutiegevaar.
Interessant is dan om te bepalen welke classificatie je er aan hangt. Als je de denkwijze van IB22 volgt, dan kan je het volgende concluderen:
- Bepalen van de groep:
- a. Defect in beschermingsmaatrel 5.1
- b. Brand door elektrisch materieel 5.2.
- c. Beschikbaarheid en betrouwbaarheid elektrisch materieel 5.3.
- d. Gevolg defect Elektrisch materieel, ontwerp- en/of toepassingsfout 5.4.
- e. Elektrisch materieel niet geschikt voor invloeden van buitenaf 5.5.
- f. Geen of onjuiste informatie 5.6.
We concluderen hier dat het gaat om groep A, een defect in de beschermingsmaatregel.
2. Bepalen van de zwaarte van de constatering: we constateren hier dat het tijdig afschakelen van de voeding niet gehaald wordt. We moeten bepalen waar de constatering optreedt:

In dit geval kunnen we duidelijk zijn, er is een defect in de beschermingsmaatregel en dus nummer 2. Bij A1 zou er een constante aanwezigheid moeten zijn en dat is niet het geval. Het risico treedt pas op na het ontstaan van de fout/defect. In dit geval staat er een hersteltermijn van drie maanden (volgens NTA8220) of een overeengekomen hersteltermijn tussen partijen.
Word ook een specialist in Scope 8
Zie je hoe een simpele meting via NEN 3140, TD12 en een rekensommetje leidt tot een keiharde IB22 classificatie die levens kan redden? Dat is het verschil tussen meten en inspecteren.
Wil jij ook exact weten hoe je deze metingen interpreteert, hoe je omgaat met de 80%-regel bij verdeelinrichtingen, en hoe je je rapportage waterdicht maakt volgens de SCIOS-eisen?
In de Scope 8 opleiding bij Omega Energietechniek in Vianen en Dronten duiken we diep in deze materie. We leren je niet alleen hoe de meter werkt, maar vooral hoe je hoofd werkt als inspecteur. Zodat jij, en je klant, zeker weten dat het goed zit. Schrijf je in en word de inspecteur waar iedereen van gaat kwispelen!


