Constructieberekening bij Scope 12: wanneer is hij verplicht en wat moet je controleren?

De installateur belt je met goed nieuws: de zonnepanelen liggen op het dak. De omvormer hangt, de bekabeling is aangelegd, alles werkt. En dan vraag jij: “Heb je de constructieberekening?”

Stilte aan de andere kant van de lijn.

Dit scenario speelt zich vaker af dan je zou willen. De constructieberekening is bij veel PV-installaties een verplicht document voor de Scope 12 inspectie, maar het wordt regelmatig vergeten, te laat aangevraagd of verkeerd geïnterpreteerd. In deze blog leggen we uit wanneer een constructieberekening verplicht is, wanneer je ervan bent vrijgesteld, en wat je als inspecteur precies moet controleren.

Waarom een constructieberekening?

Een zonnestroominstallatie op een dak brengt extra gewicht met zich mee. Panelen, montagesysteem, ballast, omvormers, kabels. Dat gewicht komt bovenop de bestaande belasting van het dak, inclusief wind en sneeuw.

De constructieberekening beantwoordt één essentiële vraag: kan het dak dit aan?

SCIOS Technisch Document 18 (TD18) stelt dat bij plaatsing op een dak een verklaring of rapport van het constructiebureau vereist is. Dit document moet bevestigen dat de dakconstructie het gewicht van alle onderdelen kan dragen, inclusief de constructieberekeningen en het voor de berekening gebruikte ballastplan.

Inspecties NEN 3140

Wanneer is de constructieberekening niet verplicht?

TD18 kent drie uitzonderingen. Een constructieberekening is niet vereist wanneer:

a) Individuele woningen Hieronder vallen ook rijenwoningen. De gedachte hierachter is dat woningen over het algemeen voldoende draagkracht hebben voor een standaard PV-installatie.

b) Kassen waarbij dek-glas wordt vervangen door PV-panelen Maar alleen als het PV-paneel dezelfde afmetingen heeft als het oorspronkelijke dek-glas. Er is dan geen gewichtsverandering. Let op: halve en kwart ruiten aan de zijkanten mogen niet worden vervangen door hele panelen zonder constructieberekening.

Belangrijk bij kassen: de geïnstalleerde verwarmingscapaciteit moet aanwezig zijn om bij sneeuwval de kasluchttemperatuur direct onder het kasdek tot minimaal 12 graden te kunnen verwarmen. Kasconstructies zijn namelijk berekend met een gereduceerde sneeuwlast vanwege afsmelting. De installatie-eigenaar moet dit bevestigen aan de inspecteur.

c) Kleine installaties Wanneer beide onderstaande voorwaarden van toepassing zijn:

  • Minder dan 50 panelen, én
  • Totale massa van alle PV-panelen op het dak is kleiner dan 1150 kg

Let op: de 1150 kg is een referentiewaarde en betreft alleen de massa van de panelen zelf. De massa van de draagconstructie, omvormers of ballast telt niet mee.

De valkuil bij aangrenzende dakvlakken

Hier gaat het regelmatig mis. TD18 bevat een belangrijke noot: wanneer aangrenzende dakvlakken de dragende constructie delen, geldt de grens van 50 panelen over al deze dakvlakken samen.

Een dragende constructie wordt bijvoorbeeld gedeeld wanneer kolommen de liggers voor meerdere dakvlakken ondersteunen. Je kunt dus niet stellen dat je op elk dakvlak apart 49 panelen mag leggen zonder berekening.

Wat moet de inspecteur controleren?

De Scope 12 inspecteur is geen constructeur. Het is niet je taak om te beoordelen of de berekening correct is uitgevoerd. Maar je moet wél controleren of de constructeur de juiste informatie heeft gebruikt.

TD18 Bijlage 3 geeft een concrete checklist:

  1. Adres – Komt het adres in de berekening overeen met het pand waar de installatie staat?
  2. Legplan – Komt de plaatsing van panelen, omvormers en andere onderdelen overeen met het legplan?
  3. Ballastplan – Komt de plaatsing van ballast overeen met het ballastplan? Let ook op overtollige ballast.
  4. Beschrijving – Komt de beschrijving van de installatie overeen met wat je aantreft?
  5. Goedkeur – Is er een goedkeur van het constructiebureau?

Controleer de uitgangspunten

Informatieblad 24 (IB24) gaat een stap verder. De inspecteur kan controleren of de juiste aannames zijn gebruikt bij de ballastberekening. Denk aan:

  • Windgebied – Nederland is verdeeld in windgebieden met verschillende basiswaarden voor windsnelheid. Ligt de installatie in het juiste gebied?
  • Terreincategorie – De omringende bebouwing beïnvloedt de windsnelheid. Er zijn drie categorieën: zee/kustgebied, onbebouwd gebied en bebouwd gebied.
  • Gebouwhoogte – Komt de aangenomen hoogte van de dakrand overeen met de werkelijke hoogte?
  • Dakhuid – Is de juiste dakhuid aangenomen? PVC heeft een lagere wrijvingscoëfficiënt dan bitumen, wat invloed heeft op de benodigde ballast.
  • PV-modules – Is het juiste type module gebruikt qua maatvoering en massa?

Ontbreekt de berekening? Dat is een constatering

TD18 is hier ondubbelzinnig: bij afwezigheid van een constructieberekening of bij een constructieberekening met hersteladviezen dient de inspectie met constateringen te worden afgemeld. Afmelden zonder constateringen is niet toegestaan.

Het ontbreken van een vereiste constructieberekening valt onder Groep F van IB22: “Geen of onjuiste informatie.” Dit leidt tot een constatering die moet worden opgelost voordat een verklaring kan worden afgegeven.

De constructeursverklaring als alternatief

Soms is de conclusie in een constructieberekening niet expliciet vermeld of zijn de uitgangspunten onduidelijk. In dat geval biedt TD18 Bijlage 4 een oplossing: de constructeursverklaring.

Dit formulier moet volledig worden ingevuld en rechtsgeldig worden ondertekend door het bedrijf dat de constructieberekening heeft uitgevoerd. Het bevat alle aspecten die moeten worden gecontroleerd: draagkracht hoofdconstructie, gordingen, dakplaten, doorbuiging, wateraccumulatie, sneeuwophoping, puntlasten en ongelijkmatige verdeling van ballast.

Registreer in het basisverslag

Bij de EBI (eerste inspectie) moet je de volgende gegevens over de constructieberekening registreren in het basisverslag:

  1. Het legplan
  2. Gegevens van het constructiebureau dat de berekening heeft uitgevoerd
  3. Nummer van de constructieberekening of het constructierapport
  4. Conclusie van goedkeur

Deze registratie is essentieel voor toekomstige periodieke inspecties.

Praktische tips

  1. Vraag de constructieberekening vóór de inspectie op. Het ontbreken ervan ontdekken op locatie kost je én je opdrachtgever tijd en geld.
  2. Controleer altijd het ballastplan ten opzichte van de werkelijkheid. Dit moet je doen ongeacht of een constructieberekening vereist is.
  3. Let op overtollige ballast. Te veel ballast is ook een risico. Het verhoogt de belasting op het dak onnodig.
  4. Documenteer wat je aantreft. Foto’s van de daadwerkelijke situatie helpen bij het vergelijken met het ballastplan.

Dus….

De constructieberekening bij Scope 12 inspecties is meer dan een formaliteit. Het is de onderbouwing dat het dak de installatie veilig kan dragen. Als inspecteur hoef je geen constructeur te zijn, maar je moet wel kunnen verifiëren of de juiste informatie is gebruikt en of de werkelijke situatie overeenkomt met het plan.

Twijfel je over de uitzonderingen? Of wil je leren hoe je constructieberekeningen en ballastplannen beoordeelt in de praktijk? In onze opleiding tot Scope 12 Inspecteur behandelen we dit uitgebreid.

Iris Quak
Iris Quak