Omega Energietechniek, voorop in veiligheid!

Welke metingen zijn verplicht bij een Scope 12 inspectie?
Een SCIOS Scope 12 inspectie is geen standaard installatiecontrole — het is een volledige veiligheidsbeoordeling van de zonnestroominstallatie, van paneel tot hoofdaansluiting. Wat deze inspectie bijzonder maakt ten opzichte van bijvoorbeeld een Scope 8, is dat je als inspecteur twee fundamenteel verschillende elektrische systemen beoordeelt: de DC-zijde van de PV-installatie én de AC-zijde vanaf de omvormer. Elk systeem kent zijn eigen meetmethoden, zijn eigen normen en zijn eigen valkuilen.
TD18 (Technisch Document 18, versie 2.5, januari 2025) beschrijft precies welke werkzaamheden je moet uitvoeren, en daar is geen ruimte voor interpretatie: metingen en beproevingen dienen altijd volledig te worden uitgevoerd. Een inspectie waarbij niet alle verplichte metingen zijn gedaan, mag niet worden afgemeld in het SCIOS-portaal. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk levert juist die volledigheidseis soms hoofdbrekens op — bijvoorbeeld als een omvormer alleen bereikbaar is met speciale faciliteiten die de installatie-eigenaar moet verzorgen.
De AC-zijde: vertrouwd terrein met PV-specifieke accenten
De AC-zijdige metingen bij een Scope 12 inspectie lijken op het eerste gezicht op wat je gewend bent vanuit Scope 8, maar er zitten wezenlijke verschillen in. De scope reikt van de omvormer tot en met de hoofdaansluiting, en de meetverplichtingen volgen deels uit NEN 1010, deels uit NEN 3140:2019.
Ononderbroken zijn van beschermings- en vereffeningsleidingen
De eerste meting betreft de continuïteit van de beschermingsleidingen en vereffeningsleidingen. Conform NEN 3140:2019 (art. 5.101.5.3) en NEN 1010 (61.3.2) meet je dit met een meetstroom van minimaal 0,2 A. Bij een zonnestroominstallatie is het belangrijk om niet alleen de beschermingsleidingen in de schakel- en verdeelinrichting (SVI) te meten, maar ook de vereffeningsleidingen die de onderconstructie op het dak met de aardrail verbinden — van de eerste onderconstructie tot aan het verst gelegen deel.
TD18 stelt daarbij een concrete grenswaarde: de laagohmige weerstand tussen onderconstructie en aardrail mag niet hoger zijn dan 10 Ω. Dat is aanzienlijk ruimer dan je bij een standaard installatiecontrole gewend bent, maar weerspiegelt de soms lange vereffeningstrajecten op daken. Vreemd geleidende delen zoals draadgoten moeten eveneens worden gecontroleerd op hun aansluiting op de potentiaalvereffening.

Isolatieweerstand AC
Bij een EBI (Eerste Bijzondere Inspectie) is de meting van de isolatieweerstand conform NEN 1010 (61.3.3) en NEN 3140:2019 (art. 5.101.5.7) altijd verplicht. Bij een PI (Periodieke Inspectie) geldt een uitzondering: de isolatieweerstandmeting is alleen verplicht als de AC-bekabeling buiten of in de grond ligt. Bij een standaard dakinstallatie met inpandige bekabeling kun je deze meting bij een PI dus overslaan — maar alleen als de bekabeling daadwerkelijk beschermd ligt.
Beproeving aardlekbeveiliging
Indien een toestel voor aardlekbeveiliging is toegepast, moet de uitschakeltijd worden gemeten bij de nominale aanspreekstroom (1 × IΔn) met een pulserende teststroom. De grenswaarden zijn identiek aan die bij een Scope 8 of Scope 10 inspectie: maximaal 300 ms voor een standaard aardlekschakelaar, tussen 130 ms en 500 ms voor een selectieve uitvoering. In een TT-stelsel geldt een strengere eis: maximaal 200 ms.
Een bijzonderheid bij PV-installaties in agrarische omgevingen is NEN 1010 hoofdstuk 705. TD18 schrijft voor dat wanneer AC-leidingen deels door ruimten lopen waar levende have, kweekplanten, voer, meststoffen of brandbare materialen aanwezig zijn, een toestel voor aardlekbeveiliging van ten hoogste 300 mA verplicht is — ook als de ruimte op het moment van inspectie leeg is, maar als zodanig in gebruik is bij het bedrijf.
Circuitimpedantie en spanningsopdrijving
De circuitimpedanties van de foutstroomketens worden bij een EBI volledig gemeten (conform NEN 1010 61.3.2 en 61.3.6), bij een PI volstaat een fase-aarde meting (NEN 3140:2019 art. 5.101.5.4). Daarnaast moet bij een EBI de spanningsopdrijving op de aansluiting van de omvormer worden bepaald door middel van berekening conform NEN 1010 bijlage 52.G, met een maximale waarde van 1,5%.
De DC-zijde: hier begint het echte PV-werk
De DC-zijdige metingen zijn wat een Scope 12 inspectie onderscheidt van elke andere SCIOS-inspectie. Deze metingen volgen uit NEN-EN-IEC 62446-1 en zijn specifiek ontwikkeld voor zonnestroominstallaties. Als inspecteur meet je hier niet aan een “gewone” installatie, maar aan een systeem dat zelf stroom opwekt — met alle bijzonderheden die daarbij horen.
Polariteitstest
De polariteitstest (conform NEN-EN-IEC 62446-1, par. 6.2) is de meest basale maar ook de meest kritische controle aan de DC-zijde. Een verwisselde polariteit in een streng die met andere strengen is gecombineerd in een combinerbox kan over het hoofd worden gezien als je alleen de spanning meet, omdat de resulterende spanning er op het eerste gezicht correct uit kan zien. De strengcombinatietest (par. 6.3) is om die reden een aparte verplichte stap.
Open klemspanning (UOC) en kortsluitstroom (ISC)
De meting van de open klemspanning per streng (par. 6.4) en de kortsluitstroom (par. 6.5) vormen samen de kern van de DC-zijdige prestatiebeoordeling. De gemeten UOC wordt vergeleken met de verwachte waarde, die je berekent op basis van het aantal panelen in de streng en de specificaties van het paneel, gecorrigeerd voor de moduletemperatuur.
De kortsluitstroommeting is gevoelig voor de instraling op het moment van meten. TD18 geeft hiervoor concrete richtlijnen in tabel 6: bij een instraling boven 400 W/m² mag de afwijking tussen strengen maximaal 5% zijn, bij 200–400 W/m² maximaal 15%. Bij instraling onder 200 W/m² kun je geen betrouwbare conclusie trekken uit de vergelijking tussen strengen — als de installatie verder geen gebreken vertoont, is de uitkomst van deze meting op zich geen reden voor afkeur, maar bij twijfel moet de meting op een later tijdstip worden herhaald.
Stel: je bent keurmeester bij een logistiek bedrijf met 800 panelen op een plat dak en je meet om 9:00 uur ‘s ochtends in november. De instraling bedraagt 150 W/m². Je kunt de metingen wel uitvoeren en registreren, maar je kunt geen harde conclusies verbinden aan de onderlinge vergelijking van strengen. Het heeft dan de voorkeur om later op de dag of op een andere dag terug te komen — of je legt in het rapport vast dat de meetomstandigheden de beoordeling beperken.
Functionele beproeving
De functionele beproeving (par. 6.6) omvat het testen van de schakelaars, de werking van de omvormer en het gedrag bij wegvallen van de spanning. De testprocedure van de omvormer moet worden uitgevoerd volgens voorschrift van de fabrikant — dat betekent dat je als inspecteur de fabrikantdocumentatie bij de hand moet hebben.
Isolatieweerstand DC-circuits
De meting van de isolatieweerstand van de DC-circuits (par. 6.7) sluit de meetreeks af. Bij natte omstandigheden zal de gemeten isolatieweerstand lager zijn dan onder droge condities, maar de grenswaarde mag in geen geval worden onderschreden. Dat maakt deze meting weersafhankelijk — een gegeven dat je als inspecteur in je planning moet meenemen.
Thermografie: ondersteuning bij de visuele beoordeling
Naast de elektrische metingen schrijft TD18 voor dat bij de visuele inspectie moet worden gelet op tekenen van oververhitting. Deze visuele beoordeling kan worden ondersteund door thermografische metingen, uitgevoerd volgens NPR 8040-1 voor het AC-deel en NEN-EN-IEC 62446-1 par. 7.3 voor het DC-deel. De warmtebeeldcamera moet voldoen aan de eisen in TD17. Minimaal moeten de lastscheider, de streng combinerbox, de omvormer en de schakel- en verdeelinrichting worden beoordeeld.
De thermografische camera is hier wat zij altijd is: een detectie- en lokalisatie-instrument. Zij signaleert de anomalie — een hotspot op een stekverbinding, een opvallend warm paneel, een afwijkend temperatuurpatroon in de combinerbox — waarna de inspecteur met gerichte metingen de oorzaak vaststelt.
Valkuilen in de praktijk: wat gaat er mis?
De meest voorkomende valkuil bij Scope 12 inspecties is onvolledigheid. TD18 is daar glashelder over: een inspectie waarin verplichte werkzaamheden niet zijn uitgevoerd, mag niet worden afgemeld. Dat geldt ook als de reden voor het overslaan van een meting praktisch begrijpelijk is — een niet-bereikbare omvormer, een niet-toegankelijk dakgedeelte, onvoldoende instraling.
Een tweede veelvoorkomend probleem is het ontbreken van documentatie. De opdrachtgever moet voorafgaand aan de inspectie een legplan, ballastplan, opstellingstekeningen en — bij installaties op een dak — een constructieberekening aanleveren. Het ontbreken van deze documenten leidt tot een afmelding met tenminste een constatering gering (groep F).
Voor installaties van 3 MWp of meer op veld of water bestaat de mogelijkheid om meetgegevens van derden (bijvoorbeeld het installatiebedrijf) over te nemen voor de DC-zijdige metingen. Maar de voorwaarden zijn streng: de metingen moeten zijn uitgevoerd door een aantoonbaar vakbekwaam persoon met een geldige VP- of IV-aanwijzing, met gekalibreerde meetapparatuur die voldoet aan TD17, en de ruwe meetgegevens moeten ongewijzigd worden aangeleverd. De inspecteur controleert deze gegevens vervolgens met een steekproef conform ISO 2859. Komen daar afwijkingen uit naar voren, dan moet de inspecteur alsnog alle metingen zelf uitvoeren.
Bij gebouwgebonden installaties en installaties kleiner dan 3 MWp mag geen gebruik worden gemaakt van aangeleverde meetgegevens. De inspecteur moet alle metingen zelf doen.
Het juiste meetinstrument: de PV-installatietester
Voor de DC-zijdige metingen heb je een dedicated PV-installatietester nodig — een standaard installatietester volstaat hier niet. Een goede PV-tester combineert de polariteitstest, UOC-meting, ISC-meting en DC-isolatieweerstandmeting in één instrument, afgestemd op de hogere spanningsniveaus die bij zonnestroominstallaties voorkomen.
Daarnaast heb je voor de AC-zijdige metingen een installatietester nodig voor de circuitimpedantie, de laagohmige weerstandmeting en de beproeving van de aardlekbeveiliging. Bij grotere installaties is een instralingsmeter onmisbaar om de meetomstandigheden voor de ISC-meting te documenteren — zonder instralingsgegeven kun je de meetwaarden niet betrouwbaar beoordelen.
En vergeet de warmtebeeldcamera niet: voor de thermografische ondersteuning bij de visuele inspectie is een camera nodig die voldoet aan de eisen in TD17.
Alle meetmiddelen moeten gekalibreerd zijn, met een kalibratiecertificaat dat niet ouder is dan één jaar. Zonder geldige kalibratie is de inspectie niet rechtsgeldig afmeldbaar.
Op Meetmiddelen.eu vind je het complete aanbod PV-installatietesters, van instapmodellen tot complete kits met instralingsmeter en meetsnoeren. Voor warmtebeeldcamera’s die voldoen aan de eisen voor inspectiewerk kun je hier ook terecht.
Veelgestelde vragen
Welke metingen zijn verplicht bij een Scope 12 inspectie aan de DC-zijde?
Bij een SCIOS Scope 12 inspectie zijn aan de DC-zijde de volgende metingen verplicht conform TD18 en NEN-EN-IEC 62446-1: de polariteitstest, de strengcombinatietest (indien meerdere strengen gecombineerd), de meting van de open klemspanning (UOC), de meting van de kortsluitstroom (ISC), de functionele beproeving van de omvormer en schakelaars, en de meting van de isolatieweerstand van de DC-circuits.
Mag ik meetgegevens van het installatiebedrijf overnemen bij een Scope 12 inspectie?
Alleen bij grondgebonden of drijvende installaties met een nominaal vermogen van 3 MWp of meer mag de inspecteur meetgegevens van derden overnemen, onder strikte voorwaarden. De metingen moeten zijn uitgevoerd door een vakbekwaam persoon met een geldige aanwijzing, met gekalibreerde meetapparatuur, en de ruwe meetgegevens moeten ongewijzigd worden aangeleverd. De inspecteur controleert deze vervolgens met een steekproef. Bij gebouwgebonden installaties en installaties onder 3 MWp moet de inspecteur alle metingen zelf uitvoeren.
Hoe beoordeel ik de kortsluitstroommeting als de instraling laag is?
TD18 geeft richtlijnen in tabel 6. Bij instraling boven 400 W/m² mag de afwijking tussen strengen maximaal 5% zijn, bij 200–400 W/m² maximaal 15%. Bij instraling onder 200 W/m² kan geen betrouwbare conclusie worden getrokken uit de onderlinge vergelijking van strengen. Als de installatie verder geen gebreken vertoont, is de uitkomst geen reden voor afkeur, maar bij twijfel moet de meting bij voldoende instraling worden herhaald.
Is thermografie verplicht bij een Scope 12 inspectie?
Thermografie is bij een Scope 12 inspectie niet als zelfstandige meting verplicht, maar dient als ondersteuning bij de visuele beoordeling op tekenen van oververhitting. TD18 schrijft voor dat de visuele beoordeling kan worden ondersteund door thermografische metingen volgens NPR 8040-1 (AC-deel) en NEN-EN-IEC 62446-1 par. 7.3 (DC-deel). Minimaal moeten de lastscheider, combinerbox, omvormer en schakel- en verdeelinrichting worden beoordeeld op oververhitting.
Wat is het verschil tussen een EBI en een PI bij Scope 12?
Een EBI (Eerste Bijzondere Inspectie) is de eerste volledige inspectie van een zonnestroominstallatie en dient als basisverslag. Hierbij worden alle metingen uitgevoerd, inclusief de volledige circuitimpedantiemeting en de isolatieweerstand van de AC-installatie. Een PI (Periodieke Inspectie) vindt doorgaans om de 3 tot 5 jaar plaats en kent enkele verlichtingen: de isolatieweerstandmeting AC is alleen verplicht bij buitenliggende of ingegraven bekabeling, en de circuitimpedantiemeting beperkt zich tot fase-aarde. Voorwaarde voor een PI is dat er een basisverslag van de EBI beschikbaar is — ontbreekt dat, dan moet alsnog een EBI worden uitgevoerd.
Zelf inspecteur worden of een Scope 12 inspectie laten uitvoeren?
Omega Energietechniek is SCIOS-gecertificeerd inspectiebureau en voert Scope 12 inspecties uit door heel Nederland, vanaf € 295,- voor installaties tot 50 panelen. Wil je liever zelf de bevoegdheid halen om Scope 12 inspecties uit te voeren? De vierdaagse opleiding SCIOS Scope 12 – Inspecteur Zonnepaneelinstallaties leert je alle normen, meetmethoden en beoordelingscriteria die je nodig hebt. Heb je al een Scope 8-diploma, dan heb je recht op één dag vrijstelling.

