Omega Energietechniek, voorop in veiligheid!

Vlambooggevaar: het elektrische risico dat de meeste werkgevers onderschatten
Vraag een technisch medewerker naar de gevaren van elektriciteit en je hoort vrijwel altijd hetzelfde: elektrische schok, elektrocutie. Begrijpelijk — maar het volledige plaatje is een stuk gevaarlijker.
Een elektrische vlamboog is in veel situaties een groter gevaar dan de schok zelf. Toch zien we in de praktijk dat vlamboogbescherming structureel onderbelicht blijft. Geen risico-inventarisatie gedaan, verkeerde PBM’s of simpelweg niet geweten dat dit risico aanwezig is. Dit artikel legt uit wat een vlamboog is, wanneer het gevaarlijk wordt en wat NEN 3140 van je verwacht.
Wat is een elektrische vlamboog eigenlijk?
Een elektrische vlamboog ontstaat wanneer stroom door de lucht overslaat tussen twee geleiders of geleidende delen. Dat klinkt exotisch, maar het kan ook gewoon optreden bij het openen van een verdeelinrichting, het vervangen van zekeringen of het bedienen van schakelmateriaal.
Elektrische vlambogen komen niet alleen voor bij kortsluiting. Ook het onderbreken van stroom kan een vlamboog veroorzaken als er geen speciale voorzorgsmaatregelen worden getroffen — bij lijnen, kabelaansluitingen, schakelmateriaal en zekeringen.

Wat een vlamboog zo gevaarlijk maakt, is de combinatie van gevaren die tegelijk optreden:
- Extreme hitte: de vrijkomende thermische energie kan kleding, huid en ogen beschadigen — soms blijvend
- Schokgolf: de explosieve energie veroorzaakt een luchtdrukgolf en rondvliegende delen
- Elektromagnetische straling: ultraviolette en infrarode straling kan onherstelbare schade aan huid en ogen geven
- Giftige gassen: materialen die smelten en verdampen rondom de vlamboog kunnen toxische stoffen vrijmaken
- Geluidsgolf: de knal kan het gehoor beschadigen
En anders dan bij een elektrische schok is de ernst van het letsel bij een vlamboog niet afhankelijk van het spanningsniveau. Laagspanning kan net zo gevaarlijk zijn als hoogspanning.
Wat zegt NEN 3140 hierover?
NEN 3140 adresseert vlambooggevaar op meerdere plaatsen. Bij werkzaamheden onder spanning in de gevarenzone bepaalt tabel 106 (paragraaf 6.3.1.103) van de norm welke bescherming vereist is, op basis van de waarde van de voorliggende beveiliging:
- Automaat t/m 16 A of smeltveiligheid t/m 25 A: geen vlamboogbescherming noodzakelijk
- Automaat t/m 25 A of smeltveiligheid t/m 80 A: lichte bescherming — werkhandschoen (hoeft geen vlamboogbescherming te bieden)
- Automaat t/m 80 A of smeltveiligheid t/m 630 A: volledige vlamboogbescherming — zie bijlage G van NEN 3140
- Hogere waarden: bescherming alleen mogelijk als dit blijkt uit een berekening — zie bijlage B.6.101
Voor de risico-inventarisatie bij werk nabij actieve installatiedelen of bij werkzaamheden onder spanning schrijft de norm voor dat een risico-inventarisatie moet worden uitgevoerd. Daarbij moeten ook andere werknemers in de omgeving worden meegenomen, niet alleen degene die het werk uitvoert.
Twee veelgemaakte fouten in de praktijk
Fout 1: alleen bij kortsluiting denken aan vlamboogrisico
Zoals hierboven beschreven, kan ook het normaal bedienen van schakelmateriaal of het openen van een verdeelinrichting een vlamboog veroorzaken. Veel organisaties kijken pas naar vlamboogbescherming als er een stoornis is. Dat is te laat: het risico is er ook bij routine-onderhoud.
Fout 2: werken met gewone werkhandschoenen of standaard werkkleding Reguliere werkhandschoenen bieden geen bescherming tegen de thermische effecten van een vlamboog. Bijlage G van NEN 3140 beschrijft welke beschermingsmiddelen en hulpmiddelen nodig zijn in specifieke situaties. Kleding met vlamboogbescherming is te herkennen aan een specifiek symbool en moet de juiste ATPV-waarde (Arc Thermal Performance Value) hebben, afgestemd op de berekende vlamboogenergie op de werkplek
Wat zijn de risico’s als je dit niet goed regelt?
- Ernstig letsel of overlijden — vlamboogongevallen zijn zeldzaam maar hebben zware gevolgen
- Aansprakelijkheid voor de werkgever als PBM’s ontbreken of ongeschikt zijn
- Arbeidsinspectie-overtredingen bij ontbreken van een risico-inventarisatie op vlambooggevaar
- Gevaar voor omstanders: ook collega’s die niet direct aan de installatie werken, kunnen in het bereik van een vlamboog zijn
Actieplan: begin vandaag
- Stap 1: Breng in kaart bij welke werkplekken en handelingen vlamboogrisico aanwezig kan zijn — denk aan verdeelinrichtingen, schakelkasten en bedienhandelingen bij beveiliging > 25 A.
- Stap 2: Voer een risico-inventarisatie uit voor die werkplekken. Bepaal de vlamboogenergie (ATPV of ELIM) met behulp van installatiegegevens en, bij hoge vermogens, gespecialiseerde software.
- Stap 3: Stel vast welke PBM’s vereist zijn op basis van tabel 106 en bijlage G van NEN 3140. Zorg dat deze beschikbaar zijn én dat medewerkers weten hoe ze te gebruiken.
- Stap 4: Instrueer aangewezen personen expliciet over vlambooggevaar als onderdeel van hun periodieke instructie.
- Stap 5: Leg alles vast: de RI&E-uitkomsten, de gekozen PBM’s en de gegeven instructie.
Conclusie & meer weten?
Een elektrische vlamboog is een risico dat je niet kunt zien aankomen — maar dat je wél kunt beheersen. NEN 3140 geeft je de kaders; jij bepaalt of je ze toepast. Begin met de risico-inventarisatie en zorg dat je medewerkers de juiste bescherming hebben. In de NEN 3140-cursussen van Omega Energietechniek leer je vlambooggevaar herkennen, beoordelen en de juiste beschermingsmaatregelen nemen.


