Scope 10 op agrarische bedrijven – waarom IB23 jouw onmisbare checklist is

Je rijdt het erf op. Links een stal, rechts een werkplaats, verderop een opslagloods met hooi. Ergens achterop het terrein staat een koelcel te zoemen naast een rij seizoensarbeiderswoonunits. En o ja – er zijn ook nog zonnepanelen op het dak van de stal.

Welkom bij de Scope 10 inspectie op een agrarisch bedrijf. Waar alles nét even anders is dan op kantoor of in de industrie.

Waarom de agrarische sector een wereld apart is

De agrarische sector kenmerkt zich door een combinatie van factoren die je nergens anders in deze samenstelling tegenkomt. Seizoensgebonden werkzaamheden die zorgen voor wisselende belasting op de installatie. Omgevingsomstandigheden – vuil, stof, vocht, bijtende dampen – die het elektrisch materieel continu beïnvloeden. Levende have die speciale hygiëneregels vergt. En een bedrijfsoppervlakte die vele malen groter is dan de gemiddelde industriële locatie.

IB23 (Informatieblad 23, versie 1.2, januari 2026) is specifiek ontwikkeld om inspecteurs handvatten te geven voor deze unieke situatie. Het is informatief – dus niet normatief – maar wie het naast zich neerlegt, mist cruciale context die het verschil maakt tussen een goede en een gebrekkige inspectie.

VOP en VP

Het begint bij de voorbereiding

Voordat je ook maar één schroef losschroeft, moet je de volgende vragen beantwoord hebben: Wat is het beste moment om een volledige en nuttige inspectie uit te voeren? Wanneer zijn alle risicovolle installaties in bedrijf? Mogen er meerdere inspecties op één dag worden gepland in verband met hygiëneregels?

Die laatste vraag is geen formaliteit. Bij het betreden van verschillende stallen of kweekruimten na elkaar bestaat besmettingsgevaar. In sommige sectoren mag je simpelweg niet van de ene stal naar de andere lopen zonder hygiëneprotocol. Dat heeft directe gevolgen voor je planning.

IB23 benadrukt dat afstemming met de opdrachtgever essentieel is. In het offertetraject komen al veel zaken aan bod, maar het is het moment na het verstrekken van de opdracht waarop je de details vastlegt: huis- en VGM-regels, aanvullende hygiëneregels, toegankelijkheid van ruimtes, bereikbaarheid van installatiedelen, bevoegdheid voor schakelhandelingen, beschikbaarheid van tekeningen en documentatie.

Sector voor sector: waar moet je op letten?

IB23 onderscheidt vier hoofdsectoren, elk met eigen kenmerken en risico’s.

Bij de landbouw heb je te maken met seizoensgebonden installaties. Koeling van aardappelen, behandeling van bloembollen, assimilatiebelichting – allemaal installaties die niet het hele jaar door draaien. Het moment van inspectie is bepalend: als je komt wanneer de belichtingsinstallatie uitstaat, mis je potentieel de meest risicovolle onderdelen. Specifieke aandachtspunten zijn werkplaatsen met las- en slijpwerkzaamheden, acculaders, en de staat van kabelhaspels en verlengsnoeren.

Bij de veeteelt spelen het levensbelang van ventilatiesystemen en de aanwezigheid van brandbaar materiaal de hoofdrol. IB23 waarschuwt specifiek: bij kippen- en varkensstallen kan na uitval van het ventilatiesysteem al na enkele minuten verstikkingsgevaar optreden. Dat betekent dat je bij het testen van aardlekschakelaars ervoor moet zorgen dat iemand paraat staat om systemen weer in bedrijf te stellen. In kleinere agrarische bedrijven is er vaak maar één aardlekschakelaar die bij verkeerd uitvoeren van impedantiemetingen het gehele bedrijf uitschakelt.

Bij de glastuinbouw gaat het om de enorme omvang van de installaties, de combinatie van hoge stromen met vervuilde omgevingen, en het specifieke risico van assimilatiebelichting. De verdampers in koelcellen en drukkamers vervuilen structureel, en ventilatiesystemen vragen extra aandacht.

De categorie overig omvat bedrijven met nevenactiviteiten en grotere bezoekersstromen – denk aan maneges, zorgboerderijen, insectenteelt. Hier spelen verblijfs- en slaapruimtes van tijdelijke werknemers een belangrijke rol. Let op overmatig gebruik van stekkerblokken, de staat van huishoudelijke apparaten, en het gebruik van tijdelijke verwarmingssystemen.

De zonnestroominstallatie: waar eindigt Scope 10?

Op steeds meer agrarische bedrijven liggen zonnepanelen. Maar waar houdt je Scope 10 inspectie op en begint Scope 12?

IB23 en TD14 zijn hier eenduidig: bij een Scope 10 inspectie beoordeel je de omvormer en de direct daarop aangesloten stekers als elektrisch materieel, conform NTA 8220 (visuele beoordeling en thermografische meting). De inspectie van de zonnestroominstallatie zelf – het DC-gedeelte – valt onder Scope 12. Je bent verplicht de installatie-eigenaar in het rapport hierop te wijzen.

De aardlekbeveiliging verdient speciale aandacht: als hoofdstuk 705 van NEN 1010 van toepassing is – en dat is het in vrijwel elke agrarische omgeving – moet een aardlekbeveiliging van maximaal 300 mA aanwezig zijn. Bij zonnestroominstallaties beveiligt deze alleen de AC voedingskabel naar de omvormer. De DC-leidingen worden beveiligd door aardfoutdetectie in de omvormer.

Het woonhuis: inspecteren of niet?

Een veelgestelde vraag. Het antwoord: een woonverblijf wordt doorgaans niet geacht een bijdrage aan het risico te leveren en wordt daarom meestal uitgesloten van de inspectie. Maar – en dit is belangrijk – als de voeding vanuit het woonhuis komt, moet de verdeler in het woonhuis wél worden geïnspecteerd, inclusief alle aardlekschakelaars die voor beveiliging van de groepen voor het woonhuis zijn. Het elektrisch materieel in het woonverblijf zelf niet. Dit kan overigens per verzekeraar verschillen.

De kracht van een plattegrond

IB23 beveelt aan om een plattegrond te maken van de te inspecteren locatie, met benaming van ruimtes, locatie en benaming van verdelers, en de plaats van machines die een mogelijk brandrisico opleveren. Het klinkt als extra administratie, maar in de praktijk bespaart het je enorm veel tijd. Je weet vooraf waar je moet zijn, welke risico’s je kunt verwachten, en je kunt je inspectieplan veel preciezer afstemmen op de werkelijke situatie.

Klaar voor de agrarische praktijk?

Omega Energietechniek biedt een Scope 10 opleiding aan met specifieke aandacht voor de uitdagingen in de agrarische sector. Van de hygiëneregels tot de juiste toepassing van NEN 1010 705, van het inspectieplan tot de correcte omgang met seizoensinstallaties – je leert het in de praktijkgerichte trainingen van Omega.

Allart de Jong
Allart de Jong