De vijf stappen bij spanningsloos werken (NEN 3140, bepaling 6.2)

Spanningsloos werken is de veiligste werkprocedure bij werkzaamheden aan elektrische installaties. NEN 3140 definieert het als: “werkzaamheden aan een elektrische installatie die zonder spanning of lading is en die worden uitgevoerd nadat alle maatregelen ter voorkoming van elektrisch gevaar zijn genomen.” Voordat er gewerkt mag worden, moet de werkplek duidelijk worden bepaald en moeten vijf belangrijke stappen in een vaste volgorde worden doorlopen. Pas nadat alle vijf stappen zijn uitgevoerd, mag de werkverantwoordelijke toestemming geven om met de werkzaamheden te beginnen.

Stap 1: Scheiden (bepaling 6.2.2)

Het gedeelte van de elektrische installatie waaraan wordt gewerkt, moet van alle voedingsbronnen worden gescheiden. Dit betekent het volledig vrijmaken van de stroomkring van andere toestellen of stroomkringen. Let op dat er meerdere voedingsbronnen kunnen zijn — denk aan terugvoeding, noodstroomvoorzieningen of parallelschakelingen. Elke voedingsbron moet worden geïdentificeerd en gescheiden.

VOP en VP

Stap 2: Beveiligen tegen opnieuw inschakelen (bepaling 6.2.3)

Het schakelmaterieel dat is gebruikt om de installatie te scheiden, moet worden beveiligd tegen inschakelen. De norm schrijft bij voorkeur voor: vergrendeling van het bedieningsmechanisme én het plaatsen van een waarschuwingsbord of label. Belangrijke aandachtspunten:

  • Als vergrendeling niet mogelijk is, moeten gelijkwaardige, in de praktijk beproefde maatregelen worden genomen.
  • Als voor de bediening van het schakelmaterieel een hulpvoedingsbron nodig is, moet ook deze buiten bedrijf zijn gesteld en vergrendeld.
  • Bij beveiliging op afstand moet worden verhinderd dat deze beveiliging elders ongedaan kan worden gemaakt.
  • De uitvoerenden brengen bij voorkeur ook een eigen beveiliging tegen opnieuw inschakelen aan.

Stap 3: Controleren of de installatie spanningsloos is (bepaling 6.2.4)

Op of zo dicht mogelijk bij de werkplek moet de spanningsloze toestand worden vastgesteld. Hiervoor gelden strikte eisen:

  • Er moet een tweepolige spanningsaanwijzer worden gebruikt die voldoet aan NEN-EN-IEC 61243-3. Een éénpolige spanningszoeker (de bekende “schroevendraaier”) is niet toegestaan.
  • De spanningsaanwijzer moet onmiddellijk vóór en na het gebruik worden gecontroleerd op goede werking (de zogenaamde “voor- en nacontrole”).
  • Houd rekening met het ontladen van condensatoren, kabels en frequentieomvormers — deze kunnen nog lading bevatten na scheiding.
  • Bij kabels moet de juiste kabel op de werkplek worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld door het volgen van de kabel, aan de hand van tekeningen en kabelmerken, of door meting met kabelzoek- en selectieapparatuur. Bij twijfel moet een geschikt toestel voor het knippen van kabels onder spanning worden gebruikt, en dit mag alleen met toestemming van de installatieverantwoordelijke.

Stap 4: Aarden en kortsluiten (bepaling 6.2.5)

Als niet met zekerheid vaststaat dat alle delen van de installatie spanningsloos blijven, moeten de actieve delen kortsluitvast en betrouwbaar worden geaard en kortgesloten. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de installatie onoverzichtelijk is, een vreemde voeding mogelijk is, of een leiding elektrisch beïnvloedbaar is. Aandachtspunten:

  • Eerst het aardpunt aansluiten, daarna de actieve delen. Bij het verwijderen in omgekeerde volgorde.
  • Aardingen en kortsluitingen moeten zo dicht mogelijk bij de werkplek worden aangebracht en waar mogelijk zichtbaar zijn vanaf de werkplek.
  • Het materieel voor aarding en kortsluiting moet geschikt zijn voor de hoogste kortsluitstroom die kan optreden.

Stap 5: Actieve delen afschermen (bepaling 6.2.6)

Als er bij de werkzaamheden nabijgelegen actieve delen zijn die een elektrisch gevaar kunnen opleveren, moeten beschermingsvoorzieningen worden aangebracht. Dit betreft schermen, afschermingen, afdekkingen of isolerende omhulsels. Deze moeten voldoende bescherming bieden tegen de te verwachten elektrische gevaren én mechanische belastingen, en moeten tijdens de werkzaamheden goed op hun plaats blijven.

Na de vijf stappen: toestemming en inschakelen

Pas nadat alle vijf essentiële stappen zijn uitgevoerd, mag de werkverantwoordelijke toestemming geven om met de werkzaamheden te beginnen (bepaling 6.2.7). Voor gelijke, regelmatig voorkomende werkzaamheden onder dezelfde omstandigheden mag een algemene schriftelijke toestemming worden gegeven voor een beperkte duur. Na voltooiing van de werkzaamheden geldt een zorgvuldige inschakelprocedure (bepaling 6.2.8): alle gereedschappen en hulpmiddelen worden verwijderd, niet langer benodigde personen verlaten de werkplek, en pas na verkregen toestemming van de installatieverantwoordelijke mag met de inschakelprocedure worden begonnen.

Verantwoordelijkheden

De installatieverantwoordelijke en de werkverantwoordelijke regelen in overleg wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze stappen. Het spanningsloos maken valt onder de verantwoordelijkheid van de installatieverantwoordelijke, de veiligheid op de werkplek onder de werkverantwoordelijke. Belangrijk: als niet geheel kan worden voldaan aan de eisen van spanningsloos werken, moeten de eisen van onder spanning werken in acht worden genomen.

Meer leren over NEN 3140 en verantwoordelijkheden? Bekijk onze NEN 3140 opleidingen.

Allart de Jong
Allart de Jong